Een leertraject van de Gemeente Haarlemmermeer en Sioo
De Gemeente Haarlemmermeer is volop in beweging. Met een sterke groeiopgave op het gebied van woningbouw, infrastructuur en duurzaamheid staat zij voor complexe vraagstukken waarin fysieke ontwikkeling, leefbaarheid en maatschappelijke samenhang onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Om de medewerkers te begeleiden om met deze complexiteit om te gaan, startte de gemeente een Incompany traject met Sioo.
Hoe dit verliep en wat de opbrengsten en ervaringen zijn, beschrijven, namens de Gemeente Haarlemmermeer, organisatieadviseur en leerbegeleider Nanda Bader-Schenk, drie deelnemers Lizet Keijzers, Natalie Simoons-Braak en Jasper Aagten. En namens Sioo Ietze Oostinga (leerbegeleider) en Judith Iking (programmamanager).
Complexe opgaven als leeromgeving
De Gemeente Haarlemmermeer staat voor een stapeling van maatschappelijke opgaven. Deze beperken zich niet tot één beleidsdomein of één oplossing, maar vragen om inhoudelijke expertise en een andere manier van werken: verbindend, onderzoekend en in interactie met de omgeving. Organisatieadviseur Nanda Bader-Schenk merkte dat het handelingsvermogen van medewerkers cruciaal is. “Volgens mij moeten we inzetten op structurele ontwikkeling van het handelingsvermogen van de medewerkers, zodat ze meer aankunnen. Want de opgaven die wij op ons af zien komen als gemeente zijn enorm.”
Co-creatie als begin van verandering
Vanwege de omvang en complexiteit van de vraag ging de gemeente in gesprek met verschillende externe partijen. In hun uitvraag kozen ze bewust niet voor een standaardprogramma. De samenwerking met Sioo ontstond omdat daar ruimte werd gemaakt voor onzekerheid en gezamenlijke verkenning. Nanda vertelt: “Wij wisten zelf nog niet precies wat we nodig hadden. Waarop Sioo zei: ‘Dat weten wij ook nog niet. Laten we samen onderzoeken wat het beste bij jullie aansluit en op basis daarvan een programma ontwikkelen, in co-creatie.’ Om te borgen dat het een programma werd van ons samen, besloten we dat ik een grote rol ging spelen als leerbegeleider. Daarmee werd het écht een traject van onszelf.”
Ze startten met een intensief en iteratief ontwerpproces. Een brede groep medewerkers, van beleidsadviseurs tot management, verkende samen met Sioo wat er nodig was, met vragen als: wat betekent opgavegericht werken? Hoe ziet actieonderzoek eruit in de praktijk? Wat vraagt dat van onze professionals? En hoe leren wij binnen de gemeente?
Dat proces was niet zonder spanning. Nanda: “Het begon met vertragen en zoeken, terwijl veel mensen al dachten te weten waar het probleem zit.” Juist daarin zat de eerste interventie. Het ontwerptraject liet zien hoe sterk de reflex is om snel naar oplossingen te gaan, en hoe waardevol het is om eerst te onderzoeken wat er werkelijk speelt. Dat bleek geen vanzelfsprekende stap. Ietze: “In complexe vraagstukken is het probleem zelf vaak onderdeel van de opgave. Door dit niet direct te definiëren en op te lossen, ontstaat ruimte om het vraagstuk opnieuw te begrijpen.”
Tussen actie, reflectie en betekenisgeving
Het leertraject is uitgekomen in een ritme van kennisdagen, workshops, werkplaatsen en intervisie. Tijdens de kennisdagen werd het programma afgetrapt met een introductie op actieonderzoek en waarderend onderzoeken, waarin deelnemers werden meegenomen in de vraag hoe je samen een opgave kunt verkennen wanneer je nog niet precies weet wat die is. De opbouw van het programma werd als waardevol ervaren en werkte als een echte leercyclus. De 25 deelnemers uit verschillende delen van de organisatie leerden nieuwe manieren van werken, waarbij onder andere een social design workshop werd ingezet. Deze en de andere workshops daagden de collega’s uit om buiten de gebruikelijke denkkaders te kijken en dingen anders te doen dan zij gewend waren. Daarbij werd duidelijk dat actie niet alleen gaat over doen, maar ook over reflecteren en begrijpen wat er gebeurt in de praktijk, ook wanneer dingen niet lopen zoals verwacht.
De intervisies brachten het gesprek vervolgens naar een ander niveau. Er werd niet alleen naar de inhoud gekeken, ook het eigen handelen en de onderliggende patronen stonden centraal. Dat hielp om ervaringen te verdiepen en er betekenis aan te geven. Een mooie bijvangst was de sterke onderlinge verbinding. Zoals Natalie beschrijft, voelde het als een ‘fijne bubbel’ om ervaringen te delen. Dit gevoel maakte het mogelijk om open te reflecteren en van elkaar te leren. Volgens Judith is dat essentieel: “We werken altijd op drie niveaus: de organisatie, het vraagstuk en de professional.”
Jasper: “De kennisdagen gaven perspectief, maar in de werkplaats werd het echt. En in de intervisie ging het over wat dat met jou doet.”
Van aannames naar ontmoeting
Het leertraject richtte zich op het thema ‘Leefbare wijken’ en was opgezet volgens de principes van actieonderzoek. Dat betekende dat leren niet los stond van het werk, maar plaatsvond in de praktijk. Deelnemers gingen de wijk in en kwamen in gesprek met inwoners, wijkraden en andere betrokkenen. Daar leerden zij dat leefbaarheid voor iedereen iets anders betekent. Deelnemer Lizet, Programmamanager Schaalsprong Wonen, vertelt: “Leefbaarheid kan gaan over veiligheid, voorzieningen of sociale samenhang, afhankelijk van wie je het vraagt. Juist die veelheid aan perspectieven maakte het vraagstuk complexer, maar ook rijker.” Ook het naar buiten gaan maakte indruk. Natalie, projectmanager onderwijshuisvesting en maatschappelijk vastgoed, geeft aan dat het spannend was om mensen op straat aan te spreken, maar dat juist daar inzichten ontstonden die je binnen de organisatie niet snel krijgt. Tegelijkertijd bleek het werken op deze manier niet voor iedereen vanzelfsprekend. Medewerkers zijn gewend om zichtbaar resultaat op te leveren. Die reflex werd in het traject duidelijk voelbaar. Gaandeweg ontstond de behoefte om te weten wat het traject concreet zou opleveren, terwijl dat juist bij dit soort complexe vraagstukken niet gelijk zit in concrete resultaten maar meer eerst in de ontwikkeling in denken en handelen.
Werken aan de opgave: ervaringen uit de praktijk
Lizet nam als deelnemer haar werk aan leefbare wijken mee het programma in, en speelde daardoor in de gesprekken vanzelf een verbindende rol. Vanuit die praktijkervaring bracht ze waardevolle inzichten in. Parallel aan de leerdagen werkten deelnemers samen aan hun vraagstukken en zochten zij elkaar tussentijds op voor reflectie en bijsturing. Daarbij werd duidelijk dat er binnen het thema leefbaarheid al veel initiatieven waren ontstaan maar dat het soms ook echt lastig was om verschillende perspectieven en belangen bij elkaar te brengen en tot voortgang te komen.Door actief in gesprek te gaan met stakeholders ontstond een breed beeld van wat er speelt en wat er nodig is. In veel gevallen lukte het om verschillende perspectieven samen te brengen.
Voor Natalie was het traject een kans om haar rol verder te ontwikkelen. Ze was op zoek naar een manier om meer bij te dragen aan de gemeente en zag in het programma de mogelijkheid om dat te verkennen. De contacten die zij in de wijk legde, nam ze direct mee in haar eigen werk. Jasper, HR Business partner, werkte aan de vraag hoe de warmtetransitie kan bijdragen aan leefbare wijken. In gesprekken met bewoners kwam hij uiteenlopende houdingen tegen, van afwachtend tot zeer betrokken. Die variatie maakte zichtbaar hoe verschillend mensen naar dezelfde opgave kijken en daar hebben we als gemeente een mooie uitdaging want we doen het voor onze inwoners, maar wat als die allemaal wat anders willen? Terugkijkend ziet hij dat er in de anderhalf jaar van het traject daadwerkelijk beweging in het vraagstuk is ontstaan, al is die niet altijd direct zichtbaar of meetbaar.
Van individueel leren naar collectief vermogen
Gedurende het traject ontstond een verschuiving in hoe deelnemers hun werk benaderden. “Omdat het niet mijn eigen onderwerp was, kon ik er anders naar kijken. Minder vanuit mijn rol, meer vanuit het geheel”, aldus Jasper. De impact zit in een verandering van professioneel handelen. Ietze: “Je ziet mensen gaandeweg anders kijken, meer perspectieven meenemen en minder snel oordelen.” Lizet beaamt dit: “Ik ga niet meer meteen naar de oplossing, maar kijk eerst wat er echt speelt.” Nanda ziet de meerwaarde in het vermogen om te verbinden, te onderzoeken en meerdere perspectieven mee te nemen in het werk. “Ook de verbinding binnen de organisatie nam toe. Iedereen weet elkaar makkelijker te vinden en zoekt elkaar sneller op.”
Nanda: “We doen het uiteindelijk voor de inwoner. Dat besef is sterker geworden.”
Tegelijkertijd veranderde ook de manier waarop met verschillen wordt omgegaan. Natalie: “Ik merkte dat ik normaal op zoek ben naar overeenkomsten. Nu zie ik dat verschillen juist waardevol zijn.”
Een andere manier van werken
De opbrengst van het traject verspreidt zich als een olievlek door de organisatie. Medewerkers zijn zich bewuster van hun aannames en stellen andere vragen. Meer open, minder sturend. Lizet: “Ik denk dat de kennis van iedereen die in het programma heeft meegedaan, aan het doorsijpelen is op heel veel terreinen. Alle deelnemers zitten in een team of zelfs in meerdere teams.” Natalie vult aan: “Zo heb je wel eens dat je ziet dat collega’s ergens in vastlopen en dat je teruggrijpt op wat je hebt geleerd, ze daarin meeneemt en verder helpt.” Hier is iets ontstaan wat verder gaat dan individueel leren: een versterking van het collectieve vermogen om met complexiteit om te gaan.
Transformatief leren als antwoord op complexiteit
Tijdens de afsluiting van het traject brachten deelnemers hun inzichten terug naar de organisatie. Daarbij ging het niet om eindresultaten, maar om wat zij hebben geleerd en hoe zij nu anders werken. “Je gaat niet meer terug naar hoe je het deed,” zegt Natalie.
Ietze beaamt: “De slotmiddag voelde als het moment waarop alles samenkwam. De deelnemers presenteerden in groepjes aan hun leidinggevenden, opdrachtgevers en collega’s wat ze geleerd hebben: wat werkte wel en niet, waar schuurt het en wat gaan ze anders doen in de dagelijkse praktijk. Dat kwetsbare én professionele verhaal maakte zichtbaar hoeveel er in eigenaarschap en vakmanschap is gegroeid. Nanda en ik hebben iedereen een certificaat uitgereikt met een persoonlijk woord. Om te markeren: dit is geen eindpunt, maar een begin van anders werken binnen de gemeente Haarlemmermeer.”
Ook voor de gemeente is de waarde duidelijk, geeft Nanda aan. “Ik zou niet meer zonder dit soort programma’s willen. Dit is super waardevol voor onze organisatie. En voor mezelf heb ik geleerd dat het heel veel waard is om ook mijn eigen kennis beter te gaan delen. Dus daar bescheiden in zijn, dát ga ik niet meer zo snel doen.”
Meer weten?
Wil je meer weten over dit Incompany traject of over andere voorbeelden van adviestrajecten?
Neem gerust contact op met onze programmamanagers Incompany, Maaike of Antoinette.
Een leertraject van de Gemeente Haarlemmermeer en Sioo
De Gemeente Haarlemmermeer is volop in beweging. Met een sterke groeiopgave op het gebied van woningbouw, infrastructuur en duurzaamheid staat zij voor complexe vraagstukken waarin fysieke ontwikkeling, leefbaarheid en maatschappelijke samenhang onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Om de medewerkers te begeleiden om met deze complexiteit om te gaan, startte de gemeente een Incompany traject met Sioo.
Hoe dit verliep en wat de opbrengsten en ervaringen zijn, beschrijven, namens de Gemeente Haarlemmermeer, organisatieadviseur en leerbegeleider Nanda Bader-Schenk, drie deelnemers Lizet Keijzers, Natalie Simoons-Braak en Jasper Aagten. En namens Sioo Ietze Oostinga (leerbegeleider) en Judith Iking (programmamanager).
Complexe opgaven als leeromgeving
De Gemeente Haarlemmermeer staat voor een stapeling van maatschappelijke opgaven. Deze beperken zich niet tot één beleidsdomein of één oplossing, maar vragen om inhoudelijke expertise en een andere manier van werken: verbindend, onderzoekend en in interactie met de omgeving. Organisatieadviseur Nanda Bader-Schenk merkte dat het handelingsvermogen van medewerkers cruciaal is. “Volgens mij moeten we inzetten op structurele ontwikkeling van het handelingsvermogen van de medewerkers, zodat ze meer aankunnen. Want de opgaven die wij op ons af zien komen als gemeente zijn enorm.”
Co-creatie als begin van verandering
Vanwege de omvang en complexiteit van de vraag ging de gemeente in gesprek met verschillende externe partijen. In hun uitvraag kozen ze bewust niet voor een standaardprogramma. De samenwerking met Sioo ontstond omdat daar ruimte werd gemaakt voor onzekerheid en gezamenlijke verkenning. Nanda vertelt: “Wij wisten zelf nog niet precies wat we nodig hadden. Waarop Sioo zei: ‘Dat weten wij ook nog niet. Laten we samen onderzoeken wat het beste bij jullie aansluit en op basis daarvan een programma ontwikkelen, in co-creatie.’ Om te borgen dat het een programma werd van ons samen, besloten we dat ik een grote rol ging spelen als leerbegeleider. Daarmee werd het écht een traject van onszelf.”
Ze startten met een intensief en iteratief ontwerpproces. Een brede groep medewerkers, van beleidsadviseurs tot management, verkende samen met Sioo wat er nodig was, met vragen als: wat betekent opgavegericht werken? Hoe ziet actieonderzoek eruit in de praktijk? Wat vraagt dat van onze professionals? En hoe leren wij binnen de gemeente?
Dat proces was niet zonder spanning. Nanda: “Het begon met vertragen en zoeken, terwijl veel mensen al dachten te weten waar het probleem zit.” Juist daarin zat de eerste interventie. Het ontwerptraject liet zien hoe sterk de reflex is om snel naar oplossingen te gaan, en hoe waardevol het is om eerst te onderzoeken wat er werkelijk speelt. Dat bleek geen vanzelfsprekende stap. Ietze: “In complexe vraagstukken is het probleem zelf vaak onderdeel van de opgave. Door dit niet direct te definiëren en op te lossen, ontstaat ruimte om het vraagstuk opnieuw te begrijpen.”
Tussen actie, reflectie en betekenisgeving
Het leertraject is uitgekomen in een ritme van kennisdagen, workshops, werkplaatsen en intervisie. Tijdens de kennisdagen werd het programma afgetrapt met een introductie op actieonderzoek en waarderend onderzoeken, waarin deelnemers werden meegenomen in de vraag hoe je samen een opgave kunt verkennen wanneer je nog niet precies weet wat die is. De opbouw van het programma werd als waardevol ervaren en werkte als een echte leercyclus. De 25 deelnemers uit verschillende delen van de organisatie leerden nieuwe manieren van werken, waarbij onder andere een social design workshop werd ingezet. Deze en de andere workshops daagden de collega’s uit om buiten de gebruikelijke denkkaders te kijken en dingen anders te doen dan zij gewend waren. Daarbij werd duidelijk dat actie niet alleen gaat over doen, maar ook over reflecteren en begrijpen wat er gebeurt in de praktijk, ook wanneer dingen niet lopen zoals verwacht.
De intervisies brachten het gesprek vervolgens naar een ander niveau. Er werd niet alleen naar de inhoud gekeken, ook het eigen handelen en de onderliggende patronen stonden centraal. Dat hielp om ervaringen te verdiepen en er betekenis aan te geven. Een mooie bijvangst was de sterke onderlinge verbinding. Zoals Natalie beschrijft, voelde het als een ‘fijne bubbel’ om ervaringen te delen. Dit gevoel maakte het mogelijk om open te reflecteren en van elkaar te leren. Volgens Judith is dat essentieel: “We werken altijd op drie niveaus: de organisatie, het vraagstuk en de professional.”
Jasper: “De kennisdagen gaven perspectief, maar in de werkplaats werd het echt. En in de intervisie ging het over wat dat met jou doet.”
Van aannames naar ontmoeting
Het leertraject richtte zich op het thema ‘Leefbare wijken’ en was opgezet volgens de principes van actieonderzoek. Dat betekende dat leren niet los stond van het werk, maar plaatsvond in de praktijk. Deelnemers gingen de wijk in en kwamen in gesprek met inwoners, wijkraden en andere betrokkenen. Daar leerden zij dat leefbaarheid voor iedereen iets anders betekent. Deelnemer Lizet, Programmamanager Schaalsprong Wonen, vertelt: “Leefbaarheid kan gaan over veiligheid, voorzieningen of sociale samenhang, afhankelijk van wie je het vraagt. Juist die veelheid aan perspectieven maakte het vraagstuk complexer, maar ook rijker.” Ook het naar buiten gaan maakte indruk. Natalie, projectmanager onderwijshuisvesting en maatschappelijk vastgoed, geeft aan dat het spannend was om mensen op straat aan te spreken, maar dat juist daar inzichten ontstonden die je binnen de organisatie niet snel krijgt. Tegelijkertijd bleek het werken op deze manier niet voor iedereen vanzelfsprekend. Medewerkers zijn gewend om zichtbaar resultaat op te leveren. Die reflex werd in het traject duidelijk voelbaar. Gaandeweg ontstond de behoefte om te weten wat het traject concreet zou opleveren, terwijl dat juist bij dit soort complexe vraagstukken niet gelijk zit in concrete resultaten maar meer eerst in de ontwikkeling in denken en handelen.
Werken aan de opgave: ervaringen uit de praktijk
Lizet nam als deelnemer haar werk aan leefbare wijken mee het programma in, en speelde daardoor in de gesprekken vanzelf een verbindende rol. Vanuit die praktijkervaring bracht ze waardevolle inzichten in. Parallel aan de leerdagen werkten deelnemers samen aan hun vraagstukken en zochten zij elkaar tussentijds op voor reflectie en bijsturing. Daarbij werd duidelijk dat er binnen het thema leefbaarheid al veel initiatieven waren ontstaan maar dat het soms ook echt lastig was om verschillende perspectieven en belangen bij elkaar te brengen en tot voortgang te komen.Door actief in gesprek te gaan met stakeholders ontstond een breed beeld van wat er speelt en wat er nodig is. In veel gevallen lukte het om verschillende perspectieven samen te brengen.
Voor Natalie was het traject een kans om haar rol verder te ontwikkelen. Ze was op zoek naar een manier om meer bij te dragen aan de gemeente en zag in het programma de mogelijkheid om dat te verkennen. De contacten die zij in de wijk legde, nam ze direct mee in haar eigen werk. Jasper, HR Business partner, werkte aan de vraag hoe de warmtetransitie kan bijdragen aan leefbare wijken. In gesprekken met bewoners kwam hij uiteenlopende houdingen tegen, van afwachtend tot zeer betrokken. Die variatie maakte zichtbaar hoe verschillend mensen naar dezelfde opgave kijken en daar hebben we als gemeente een mooie uitdaging want we doen het voor onze inwoners, maar wat als die allemaal wat anders willen? Terugkijkend ziet hij dat er in de anderhalf jaar van het traject daadwerkelijk beweging in het vraagstuk is ontstaan, al is die niet altijd direct zichtbaar of meetbaar.
Van individueel leren naar collectief vermogen
Gedurende het traject ontstond een verschuiving in hoe deelnemers hun werk benaderden. “Omdat het niet mijn eigen onderwerp was, kon ik er anders naar kijken. Minder vanuit mijn rol, meer vanuit het geheel”, aldus Jasper. De impact zit in een verandering van professioneel handelen. Ietze: “Je ziet mensen gaandeweg anders kijken, meer perspectieven meenemen en minder snel oordelen.” Lizet beaamt dit: “Ik ga niet meer meteen naar de oplossing, maar kijk eerst wat er echt speelt.” Nanda ziet de meerwaarde in het vermogen om te verbinden, te onderzoeken en meerdere perspectieven mee te nemen in het werk. “Ook de verbinding binnen de organisatie nam toe. Iedereen weet elkaar makkelijker te vinden en zoekt elkaar sneller op.”
Nanda: “We doen het uiteindelijk voor de inwoner. Dat besef is sterker geworden.”
Tegelijkertijd veranderde ook de manier waarop met verschillen wordt omgegaan. Natalie: “Ik merkte dat ik normaal op zoek ben naar overeenkomsten. Nu zie ik dat verschillen juist waardevol zijn.”
Een andere manier van werken
De opbrengst van het traject verspreidt zich als een olievlek door de organisatie. Medewerkers zijn zich bewuster van hun aannames en stellen andere vragen. Meer open, minder sturend. Lizet: “Ik denk dat de kennis van iedereen die in het programma heeft meegedaan, aan het doorsijpelen is op heel veel terreinen. Alle deelnemers zitten in een team of zelfs in meerdere teams.” Natalie vult aan: “Zo heb je wel eens dat je ziet dat collega’s ergens in vastlopen en dat je teruggrijpt op wat je hebt geleerd, ze daarin meeneemt en verder helpt.” Hier is iets ontstaan wat verder gaat dan individueel leren: een versterking van het collectieve vermogen om met complexiteit om te gaan.
Transformatief leren als antwoord op complexiteit
Tijdens de afsluiting van het traject brachten deelnemers hun inzichten terug naar de organisatie. Daarbij ging het niet om eindresultaten, maar om wat zij hebben geleerd en hoe zij nu anders werken. “Je gaat niet meer terug naar hoe je het deed,” zegt Natalie.
Ietze beaamt: “De slotmiddag voelde als het moment waarop alles samenkwam. De deelnemers presenteerden in groepjes aan hun leidinggevenden, opdrachtgevers en collega’s wat ze geleerd hebben: wat werkte wel en niet, waar schuurt het en wat gaan ze anders doen in de dagelijkse praktijk. Dat kwetsbare én professionele verhaal maakte zichtbaar hoeveel er in eigenaarschap en vakmanschap is gegroeid. Nanda en ik hebben iedereen een certificaat uitgereikt met een persoonlijk woord. Om te markeren: dit is geen eindpunt, maar een begin van anders werken binnen de gemeente Haarlemmermeer.”
Ook voor de gemeente is de waarde duidelijk, geeft Nanda aan. “Ik zou niet meer zonder dit soort programma’s willen. Dit is super waardevol voor onze organisatie. En voor mezelf heb ik geleerd dat het heel veel waard is om ook mijn eigen kennis beter te gaan delen. Dus daar bescheiden in zijn, dát ga ik niet meer zo snel doen.”
Meer weten?
Wil je meer weten over dit Incompany traject of over andere voorbeelden van adviestrajecten?
Neem gerust contact op met onze programmamanagers Incompany, Maaike of Antoinette.