Please ensure Javascript is enabled for purposes of website accessibility

Blijf op de hoogte

Overzicht

“Ik pas ervoor om zomaar mee te gaan in hoe het nu gebeurt”

Blogpost 12 Jun 2026

Op het congres ‘Veranderen voor de Toekomst’ werden congresdeelnemers ingedeeld op generaties. Een blik op de auteurs van het congresboek riep bij Sioo de behoefte op om er voor te zorgen dat ook het perspectief van de generatie die nog lang aan het vakgebied verbonden zal blijven, aan het woord te laten. Daarom nodigde Sioo een aantal representanten van de generatie ‘Y’ uit, met de vraag om na afloop hun indruk te geven van het congres en hun blik op de ontwikkeling van het vakgebied. De derde die ik sprak in deze bescheiden reeks was Strategie & Organisatieadviseur Carlijn Tempelaars.

Voor Carlijn Tempelaars was het congres vooral interessant vanwege de spanning die overal voelbaar was: tussen gevestigde namen en opkomende stemmen, tussen het beschermen van het vak en het openbreken ervan, tussen oud en nieuw. Ze kwam dan ook niet naar het congres voor de zoveelste verzameling theorieën of managementmodellen. “Je hoort toch vaak dezelfde verhalen of ziet dezelfde gezichten,” zegt ze. “Dan is er weer een boek geschreven en wordt het verhaal nét iets aangepast.” Juist daarom verraste dit congres haar positief. “Ik vond het echt leuk om hier te zijn.”

Een ander publiek dan anders
Wat haar direct opviel, was de samenstelling van de groep. Niet alleen de bekende adviseurs en zelfstandigen, maar ook mensen uit organisaties zelf en opvallend veel verschillende generaties. “Dat zag je gewoon als je rondkeek,” vertelt ze. “Ik ontmoet niet zo vaak leeftijdsgenoten op dit soort congressen. Laat staan mensen die nog jonger zijn.” Die mix maakte volgens haar verschil. “Daar was echt moeite in gestopt en dat was zichtbaar.” Het werken aan een gezamenlijke casus gaf ook houvast. In plaats van losse theorieën ontstond er iets tastbaars waar deelnemers steeds op konden teruggrijpen. “In ons vak gebruiken we zoveel containerbegrippen en bulkwoorden waarvan we denken dat we elkaar begrijpen,” zegt ze. “Zo’n casus maakt het concreter.”

Wie bepaalt eigenlijk de toekomst van het vak?
Al vroeg op de dag werd deelnemers gevraagd na te denken over de toekomst van het verandervak. Voor Carlijn bleef die vraag de hele dag ergens op de achtergrond meespelen. “Als je werkt aan het vak, dan doe je dat nu vaak door onderzoek te doen, een boek te schrijven of les te geven,” zegt ze. “Zo klim je in aanzien binnen het vak.” Tegelijkertijd voelt ze zelf afstand tot die route. Niet omdat ze kennis of onderbouwing onbelangrijk vindt – integendeel – maar omdat ze vermoedt dat nieuwe generaties andere manieren zoeken om bij te dragen. “Ik pas ervoor om zomaar  mee te gaan in hoe het nu gebeurt,” zegt ze voorzichtig. “Alleen weet ik nog niet precies hoe het dan wél moet en kan.”

Veranderkunde is een vakgebied waarin veel autoriteit nog altijd gekoppeld is aan publiceren, spreken en zichtbaarheid. Terwijl juist jongere professionals misschien andere vormen zoeken om kennis te delen of invloed uit te oefenen. “Een hele groep mensen die nu veel aanzien heeft in ons vak bereikt ook een leeftijd waarop ze het werk een keer gaan verlaten,” zegt ze. “Wat komt er dan achteraan? Hoe blijven we ons vak ontwikkelen? Welke taal en vormen van leren en vernieuwen passen bij deze tijd? Ik vraag me dat als docent bij Sioo ook af.”

Tussen bewondering en weerstand
Die dubbelheid liep als een rode draad door haar congreservaring. Enerzijds bewondering voor de mensen die al jaren bouwen aan het vak. Anderzijds ongemak over de vanzelfsprekendheid waarmee dezelfde stemmen steeds centraal staan. Dat gevoel kwam terug in verschillende workshops. Zo hoorde ze Willem Mastenbroek spreken over verantwoordelijkheid in organisaties. “Hij zei dat mensen complexe vraagstukken soms gebruiken om verantwoordelijkheid te ontlopen,” vertelt ze. “Dat vond ik interessant, want ik roep zelf ook vaak dat ik complexe vraagstukken leuk vind. Dan denk je toch even: wat zegt die taal eigenlijk?” Ook een andere uitspraak bleef hangen: “Daar ben je consultant voor: om het simpel te maken. Dat vond ik echt een heerlijke zin.” Want juist dat versimpelen ziet ze als een belangrijke opdracht van het vak. “Bij governancevraagstukken is de reflex vaak: meer regels, meer structuur, meer stapeling. Terwijl bijna niemand vraagt: waar kunnen we eigenlijk vanaf?”

Modellen, buikgevoel en professionele plicht
In discussies over veranderen ziet Carlijn een voortdurende spanning tussen intuïtie en theorie. Sommige sprekers zetten modellen bijna weg als beperkend, terwijl zij juist vindt ‘dat het onze professionele plicht is om onderbouwd te werken.” Maar tegelijk begrijpt ze de kritiek op modellen die als universele oplossing worden ingezet. “Het mooiste van modellen is juist dat je vanuit verschillende perspectieven kunt kijken. Niet dat je één waarheid oplegt.” Die dubbelzinnigheid – het besef dat meerdere dingen tegelijk waar kunnen zijn – typeerde voor haar eigenlijk het hele congres.

“Wat leef je voor als veranderkundige?”
De workshop van André Wierdsma en Shirine Moerkerken raakte haar op een andere laag. Vooral één vraag bleef hangen: wat leef je eigenlijk voor als veranderkundige? “Dat zette me echt aan het denken. Je kunt kinderen wel vertellen hoe ze zich moeten gedragen, maar uiteindelijk leren ze vooral van wat je zelf doet.” Die gedachte trekt ze door naar haar eigen vak. Ze werkt steeds vaker samen met jonge adviseurs en merkt dat ze snel in een uitlegrol schiet. “Terwijl ik ze misschien veel meer moet meenemen in hoe ik werk, in plaats van vertellen hoe het moet.” Voorleven in plaats van voorschrijven dus.

Niet van de barricades
Waar sommige congressprekers opriepen tot activisme en duidelijke positie, voelt Carlijn zich daar minder toe aangetrokken “Ik ben niet zo van de barricades.” Toch betekent dat niet dat ze geen verantwoordelijkheid voelt. Integendeel. Ze denkt juist veel na over hoe zij wil bijdragen aan de toekomst van het vak. “Als ik zeg dat dingen anders moeten, dan moet ik daar zelf ook iets in doen.” Alleen zoekt ze nog naar de vorm. Misschien niet via dikke boeken of grote manifesten, maar via andere manieren van kennis delen, samenwerken en ontwikkelen. Wat voor haar congruent is met het feit dat het verandervak in transitie is en dat het nog onduidelijk is hoe het er in de toekomst uit gaat zien. “Het is allemaal dubbelzinnig,” zegt ze. “Alles heeft waarde, maar je moet ergens toch weer opnieuw bepalen waar je op inzet.”

Misschien is dat precies wat zij vertegenwoordigt: een nieuwe stem die niet direct het oude omver wil werpen, maar ook niet vanzelfsprekend mee wil bewegen in bestaande patronen. Zoekend naar nieuwe vormen van legitimiteit, vakmanschap en invloed.

Carlijn Tempelaars

Op het congres ‘Veranderen voor de Toekomst’ werden congresdeelnemers ingedeeld op generaties. Een blik op de auteurs van het congresboek riep bij Sioo de behoefte op om er voor te zorgen dat ook het perspectief van de generatie die nog lang aan het vakgebied verbonden zal blijven, aan het woord te laten. Daarom nodigde Sioo een aantal representanten van de generatie ‘Y’ uit, met de vraag om na afloop hun indruk te geven van het congres en hun blik op de ontwikkeling van het vakgebied. De derde die ik sprak in deze bescheiden reeks was Strategie & Organisatieadviseur Carlijn Tempelaars.

Voor Carlijn Tempelaars was het congres vooral interessant vanwege de spanning die overal voelbaar was: tussen gevestigde namen en opkomende stemmen, tussen het beschermen van het vak en het openbreken ervan, tussen oud en nieuw. Ze kwam dan ook niet naar het congres voor de zoveelste verzameling theorieën of managementmodellen. “Je hoort toch vaak dezelfde verhalen of ziet dezelfde gezichten,” zegt ze. “Dan is er weer een boek geschreven en wordt het verhaal nét iets aangepast.” Juist daarom verraste dit congres haar positief. “Ik vond het echt leuk om hier te zijn.”

Een ander publiek dan anders
Wat haar direct opviel, was de samenstelling van de groep. Niet alleen de bekende adviseurs en zelfstandigen, maar ook mensen uit organisaties zelf en opvallend veel verschillende generaties. “Dat zag je gewoon als je rondkeek,” vertelt ze. “Ik ontmoet niet zo vaak leeftijdsgenoten op dit soort congressen. Laat staan mensen die nog jonger zijn.” Die mix maakte volgens haar verschil. “Daar was echt moeite in gestopt en dat was zichtbaar.” Het werken aan een gezamenlijke casus gaf ook houvast. In plaats van losse theorieën ontstond er iets tastbaars waar deelnemers steeds op konden teruggrijpen. “In ons vak gebruiken we zoveel containerbegrippen en bulkwoorden waarvan we denken dat we elkaar begrijpen,” zegt ze. “Zo’n casus maakt het concreter.”

Wie bepaalt eigenlijk de toekomst van het vak?
Al vroeg op de dag werd deelnemers gevraagd na te denken over de toekomst van het verandervak. Voor Carlijn bleef die vraag de hele dag ergens op de achtergrond meespelen. “Als je werkt aan het vak, dan doe je dat nu vaak door onderzoek te doen, een boek te schrijven of les te geven,” zegt ze. “Zo klim je in aanzien binnen het vak.” Tegelijkertijd voelt ze zelf afstand tot die route. Niet omdat ze kennis of onderbouwing onbelangrijk vindt – integendeel – maar omdat ze vermoedt dat nieuwe generaties andere manieren zoeken om bij te dragen. “Ik pas ervoor om zomaar  mee te gaan in hoe het nu gebeurt,” zegt ze voorzichtig. “Alleen weet ik nog niet precies hoe het dan wél moet en kan.”

Veranderkunde is een vakgebied waarin veel autoriteit nog altijd gekoppeld is aan publiceren, spreken en zichtbaarheid. Terwijl juist jongere professionals misschien andere vormen zoeken om kennis te delen of invloed uit te oefenen. “Een hele groep mensen die nu veel aanzien heeft in ons vak bereikt ook een leeftijd waarop ze het werk een keer gaan verlaten,” zegt ze. “Wat komt er dan achteraan? Hoe blijven we ons vak ontwikkelen? Welke taal en vormen van leren en vernieuwen passen bij deze tijd? Ik vraag me dat als docent bij Sioo ook af.”

Tussen bewondering en weerstand
Die dubbelheid liep als een rode draad door haar congreservaring. Enerzijds bewondering voor de mensen die al jaren bouwen aan het vak. Anderzijds ongemak over de vanzelfsprekendheid waarmee dezelfde stemmen steeds centraal staan. Dat gevoel kwam terug in verschillende workshops. Zo hoorde ze Willem Mastenbroek spreken over verantwoordelijkheid in organisaties. “Hij zei dat mensen complexe vraagstukken soms gebruiken om verantwoordelijkheid te ontlopen,” vertelt ze. “Dat vond ik interessant, want ik roep zelf ook vaak dat ik complexe vraagstukken leuk vind. Dan denk je toch even: wat zegt die taal eigenlijk?” Ook een andere uitspraak bleef hangen: “Daar ben je consultant voor: om het simpel te maken. Dat vond ik echt een heerlijke zin.” Want juist dat versimpelen ziet ze als een belangrijke opdracht van het vak. “Bij governancevraagstukken is de reflex vaak: meer regels, meer structuur, meer stapeling. Terwijl bijna niemand vraagt: waar kunnen we eigenlijk vanaf?”

Modellen, buikgevoel en professionele plicht
In discussies over veranderen ziet Carlijn een voortdurende spanning tussen intuïtie en theorie. Sommige sprekers zetten modellen bijna weg als beperkend, terwijl zij juist vindt ‘dat het onze professionele plicht is om onderbouwd te werken.” Maar tegelijk begrijpt ze de kritiek op modellen die als universele oplossing worden ingezet. “Het mooiste van modellen is juist dat je vanuit verschillende perspectieven kunt kijken. Niet dat je één waarheid oplegt.” Die dubbelzinnigheid – het besef dat meerdere dingen tegelijk waar kunnen zijn – typeerde voor haar eigenlijk het hele congres.

“Wat leef je voor als veranderkundige?”
De workshop van André Wierdsma en Shirine Moerkerken raakte haar op een andere laag. Vooral één vraag bleef hangen: wat leef je eigenlijk voor als veranderkundige? “Dat zette me echt aan het denken. Je kunt kinderen wel vertellen hoe ze zich moeten gedragen, maar uiteindelijk leren ze vooral van wat je zelf doet.” Die gedachte trekt ze door naar haar eigen vak. Ze werkt steeds vaker samen met jonge adviseurs en merkt dat ze snel in een uitlegrol schiet. “Terwijl ik ze misschien veel meer moet meenemen in hoe ik werk, in plaats van vertellen hoe het moet.” Voorleven in plaats van voorschrijven dus.

Niet van de barricades
Waar sommige congressprekers opriepen tot activisme en duidelijke positie, voelt Carlijn zich daar minder toe aangetrokken “Ik ben niet zo van de barricades.” Toch betekent dat niet dat ze geen verantwoordelijkheid voelt. Integendeel. Ze denkt juist veel na over hoe zij wil bijdragen aan de toekomst van het vak. “Als ik zeg dat dingen anders moeten, dan moet ik daar zelf ook iets in doen.” Alleen zoekt ze nog naar de vorm. Misschien niet via dikke boeken of grote manifesten, maar via andere manieren van kennis delen, samenwerken en ontwikkelen. Wat voor haar congruent is met het feit dat het verandervak in transitie is en dat het nog onduidelijk is hoe het er in de toekomst uit gaat zien. “Het is allemaal dubbelzinnig,” zegt ze. “Alles heeft waarde, maar je moet ergens toch weer opnieuw bepalen waar je op inzet.”

Misschien is dat precies wat zij vertegenwoordigt: een nieuwe stem die niet direct het oude omver wil werpen, maar ook niet vanzelfsprekend mee wil bewegen in bestaande patronen. Zoekend naar nieuwe vormen van legitimiteit, vakmanschap en invloed.

Carlijn Tempelaars