Please ensure Javascript is enabled for purposes of website accessibility

Blijf op de hoogte

Overzicht

Vooruit struikelen: hoe een nieuwe generatie het vak van veranderkunde opschudt

Blogpost 18 May 2026

Op het congres ‘Veranderen voor de Toekomst’ werden congresdeelnemers ingedeeld op generaties. Een blik op de auteurs van het congresboek riep bij Sioo de behoefte op om er voor te zorgen dat ook het perspectief van de generatie die nog lang aan het vakgebied verbonden zal blijven, aan het woord te laten. Daarom nodigde Sioo een aantal representanten van de generatie ‘Y’ uit, met de vraag om na afloop hun indruk te geven van het congres en hun blik op de ontwikkeling van het vakgebied. De tweede die ik sprak in deze bescheiden reeks was Marion Eikendal-Sewüster, werkzaam als HR adviseur bij de Stichting Zorggroep Noordwest-Veluwe.

Vooruit struikelen: hoe een nieuwe generatie het vak van veranderkunde opschudt
Hoe draag je bij aan een vakgebied dat al decennia wordt gevormd door gevestigde namen, terwijl de toekomst steeds onzekerder en complexer wordt? Die vraag stond impliciet centraal in een gesprek met een jonge veranderaar na een intensief congres. Wat opvalt: de nieuwe generatie zoekt niet naar pasklare antwoorden, maar naar beweging, gesprek en moed. “Je moet eigenlijk gewoon vooruit struikelen. Zet gewoon die stap en dan zie je maar,” geeft Marion aan. Het is een ogenschijnlijk eenvoudige observatie, maar raakt de kern van een verschuiving in het vak. Weg van maakbaarheid en controle, richting experiment en ervaring. Niet eerst alles doordenken, maar onderweg handelen en leren.

Van luisteren naar doen
Wat haar direct trof aan het congres was de opzet: minder zenden, meer doen. “Je hebt gelijk iets om over te praten… en ook weer de vergelijking naar je eigen situatie.” Het werken met een gedeelde casus bracht niet alleen inhoud, maar vooral verbinding. Het maakte het gesprek concreet en relevant. Dat lijkt misschien vanzelfsprekend, maar het is een belangrijke verschuiving. Veranderkunde beweegt zich van theorie naar praktijk, van analyseren naar interveniëren. Of zoals Marion het zegt: “Het aanzetten tot doen… dat vond ik echt gaaf.”

De plek der moeite opzoeken
Een tweede terugkerend thema is wat zij noemt “de plek der moeite”. Ofwel: niet weglopen voor onzekerheid, maar er juist in gaan staan. “Zet een stap, ervaar, hebt het erover en ga dan verder.” Dat vraagt iets van de veranderaar. Niet alleen inhoudelijke expertise, maar ook het vermogen om ongemak te verdragen en bespreekbaar te maken. Juist daar ligt volgens Marion haar eigen ontwikkelopgave: het conflict niet vermijden, maar beter leren hanteren. “Ik zoek altijd wel een conflict op… maar niet op de goede manier.” Het gaat dus niet om harder spreken, maar om effectiever spreken. Vrijmoedig, maar met oog voor context en relatie.

Kritisch blijven – ook naar het vak zelf
Tegelijkertijd klinkt er een kritische ondertoon richting het vakgebied. In een zaal vol experts en gerenommeerde denkers zoals Jaap Boonstra en Hans Vermaak, ontstaat soms ook volgzaamheid. “Ik dacht: stel gewoon eens een vraag joh, doe niet zo,” zegt Marion over een workshop. Het illustreert een spanningsveld: hoe blijf je kritisch in een veld waar autoriteit en ervaring zwaar wegen? De nieuwe generatie lijkt daar scherper op te zijn. Niet uit rebellie, maar uit noodzaak. Want als veranderkunde relevant wil blijven, moet het zichzelf blijven bevragen. “Hebben wij echt tegengeluid kunnen geven?” is dan ook een terechte vraag.

Minder experts, meer eigenaarschap
Een ander belangrijk inzicht: verandering komt niet van buitenaf. “Het zit in de mensen zelf en in de organisatie zelf,” stelt Marion. Het klassieke model waarin de expert wordt ingevlogen, staat daarmee onder druk. In een tijd van digitalisering en AI verschuift de rol van de adviseur. Misschien wordt advies toegankelijker, sneller en zelfs geautomatiseerd. Maar juist daardoor wordt de menselijke kant belangrijker: gedrag, belangen, interactie. “Je hebt altijd gewoon met mensen te maken… dat blijft.”

Wat heeft het vak nodig?
De centrale vraag blijft: wat heeft veranderkunde nodig om toekomstbestendig te zijn? Volgens Marion begint het bij gesprek. Echt gesprek. “Open blijven staan voor meerdere perspectieven… dat is wat nodig is.” Tegelijk erkent ze hoe moeilijk dat is: volledig zonder vooroordelen kijken bestaat niet. Misschien ligt de kracht dan juist in het erkennen daarvan. In het durven zeggen: we weten het nog niet. Geen stip op de horizon, maar een richting die al doende ontstaat.

De bijdrage van een nieuwe generatie
De bijdrage van deze generatie zit niet in grote theorieën of nieuwe modellen. Die zit in houding. In het durven struikelen, het opzoeken van de moeite, het stellen van vragen waar anderen stil blijven. Of zoals Marion het samenvat: “Accepteer dat je het nog niet weet… en ga dan met elkaar kijken: en nu?”

Misschien is dát wel de belangrijkste bijdrage aan het vakgebied: het levend houden van de twijfel, zodat verandering überhaupt mogelijk blijft.

Marion: “Je hebt altijd gewoon met mensen te maken… dat blijft.





(op de foto’s Marion Eikendal – Sewuster en Heleen Tours op het congres ‘Veranderen voor de Toekomst’)





Op het congres ‘Veranderen voor de Toekomst’ werden congresdeelnemers ingedeeld op generaties. Een blik op de auteurs van het congresboek riep bij Sioo de behoefte op om er voor te zorgen dat ook het perspectief van de generatie die nog lang aan het vakgebied verbonden zal blijven, aan het woord te laten. Daarom nodigde Sioo een aantal representanten van de generatie ‘Y’ uit, met de vraag om na afloop hun indruk te geven van het congres en hun blik op de ontwikkeling van het vakgebied. De tweede die ik sprak in deze bescheiden reeks was Marion Eikendal-Sewüster, werkzaam als HR adviseur bij de Stichting Zorggroep Noordwest-Veluwe.

Vooruit struikelen: hoe een nieuwe generatie het vak van veranderkunde opschudt
Hoe draag je bij aan een vakgebied dat al decennia wordt gevormd door gevestigde namen, terwijl de toekomst steeds onzekerder en complexer wordt? Die vraag stond impliciet centraal in een gesprek met een jonge veranderaar na een intensief congres. Wat opvalt: de nieuwe generatie zoekt niet naar pasklare antwoorden, maar naar beweging, gesprek en moed. “Je moet eigenlijk gewoon vooruit struikelen. Zet gewoon die stap en dan zie je maar,” geeft Marion aan. Het is een ogenschijnlijk eenvoudige observatie, maar raakt de kern van een verschuiving in het vak. Weg van maakbaarheid en controle, richting experiment en ervaring. Niet eerst alles doordenken, maar onderweg handelen en leren.

Van luisteren naar doen
Wat haar direct trof aan het congres was de opzet: minder zenden, meer doen. “Je hebt gelijk iets om over te praten… en ook weer de vergelijking naar je eigen situatie.” Het werken met een gedeelde casus bracht niet alleen inhoud, maar vooral verbinding. Het maakte het gesprek concreet en relevant. Dat lijkt misschien vanzelfsprekend, maar het is een belangrijke verschuiving. Veranderkunde beweegt zich van theorie naar praktijk, van analyseren naar interveniëren. Of zoals Marion het zegt: “Het aanzetten tot doen… dat vond ik echt gaaf.”

De plek der moeite opzoeken
Een tweede terugkerend thema is wat zij noemt “de plek der moeite”. Ofwel: niet weglopen voor onzekerheid, maar er juist in gaan staan. “Zet een stap, ervaar, hebt het erover en ga dan verder.” Dat vraagt iets van de veranderaar. Niet alleen inhoudelijke expertise, maar ook het vermogen om ongemak te verdragen en bespreekbaar te maken. Juist daar ligt volgens Marion haar eigen ontwikkelopgave: het conflict niet vermijden, maar beter leren hanteren. “Ik zoek altijd wel een conflict op… maar niet op de goede manier.” Het gaat dus niet om harder spreken, maar om effectiever spreken. Vrijmoedig, maar met oog voor context en relatie.

Kritisch blijven – ook naar het vak zelf
Tegelijkertijd klinkt er een kritische ondertoon richting het vakgebied. In een zaal vol experts en gerenommeerde denkers zoals Jaap Boonstra en Hans Vermaak, ontstaat soms ook volgzaamheid. “Ik dacht: stel gewoon eens een vraag joh, doe niet zo,” zegt Marion over een workshop. Het illustreert een spanningsveld: hoe blijf je kritisch in een veld waar autoriteit en ervaring zwaar wegen? De nieuwe generatie lijkt daar scherper op te zijn. Niet uit rebellie, maar uit noodzaak. Want als veranderkunde relevant wil blijven, moet het zichzelf blijven bevragen. “Hebben wij echt tegengeluid kunnen geven?” is dan ook een terechte vraag.

Minder experts, meer eigenaarschap
Een ander belangrijk inzicht: verandering komt niet van buitenaf. “Het zit in de mensen zelf en in de organisatie zelf,” stelt Marion. Het klassieke model waarin de expert wordt ingevlogen, staat daarmee onder druk. In een tijd van digitalisering en AI verschuift de rol van de adviseur. Misschien wordt advies toegankelijker, sneller en zelfs geautomatiseerd. Maar juist daardoor wordt de menselijke kant belangrijker: gedrag, belangen, interactie. “Je hebt altijd gewoon met mensen te maken… dat blijft.”

Wat heeft het vak nodig?
De centrale vraag blijft: wat heeft veranderkunde nodig om toekomstbestendig te zijn? Volgens Marion begint het bij gesprek. Echt gesprek. “Open blijven staan voor meerdere perspectieven… dat is wat nodig is.” Tegelijk erkent ze hoe moeilijk dat is: volledig zonder vooroordelen kijken bestaat niet. Misschien ligt de kracht dan juist in het erkennen daarvan. In het durven zeggen: we weten het nog niet. Geen stip op de horizon, maar een richting die al doende ontstaat.

De bijdrage van een nieuwe generatie
De bijdrage van deze generatie zit niet in grote theorieën of nieuwe modellen. Die zit in houding. In het durven struikelen, het opzoeken van de moeite, het stellen van vragen waar anderen stil blijven. Of zoals Marion het samenvat: “Accepteer dat je het nog niet weet… en ga dan met elkaar kijken: en nu?”

Misschien is dát wel de belangrijkste bijdrage aan het vakgebied: het levend houden van de twijfel, zodat verandering überhaupt mogelijk blijft.

Marion: “Je hebt altijd gewoon met mensen te maken… dat blijft.





(op de foto’s Marion Eikendal – Sewuster en Heleen Tours op het congres ‘Veranderen voor de Toekomst’)