Please ensure Javascript is enabled for purposes of website accessibility

Blijf op de hoogte

Overzicht

Je laten verrassen door kwetsbare wijken

Blogpost 13 May 2024

Carmen Sjardijn en Lieke Sluis-Hoogerwerf

Kwetsbare wijken. Recent buitelden deskundigen in de media over elkaar heen, om te vertellen wat daar moet gebeuren.1 Maar wat als ze allemaal een beetje gelijk en dus ook ongelijk hebben? Wat heeft de overheid dan te doen? En wat hebben samenwerkende partijen dan te doen? Het zijn vragen die typisch horen bij een complex vraagstuk, waar zoveel kanten aan zitten, en dat zo dynamisch is, dat er kop noch staart aan lijkt te zitten.

Met de nadruk op lijkt. Want het aardige van een complex vraagstuk is dat er wel degelijk oplossingsruimte is te vinden. Die komt tevoorschijn als je beweging kunt brengen in dominante denkgewoontes, in de gevormde (samen)werkpraktijken en in diepgewortelde gedragspatronen. Die beweging kun je veroorzaken door heel bewust en stap voor stap te ontwerpen wat je met elkaar gaat ondernemen. Kleine stapjes, die net even anders zijn, kunnen al groot verschil maken. 

Deze ontwerpende aanpak staat centraal in de Sioo-opleiding “Ontwerpend Samenwerken, met meer partijen werken aan complexe vraagstukken”. Deelnemer Carmen Sjardijn is als programmadirecteur verantwoordelijk voor de wijkaanpak in drie ‘kwetsbare wijken’. Zij rondt het opleidingstraject eind mei af. Met leerbegeleider Lieke Sluis-Hoogerwerf raakte ze in gesprek over een actuele landelijke discussie. Hoe verhoudt zich dat tot hoe zij het zelf aanpakt? In deze blog zetten ze het naast elkaar.

Landelijke discussie wijkaanpak

Eind maart schreef een aantal programmadirecteuren van het Nationale Programma Leefbaarheid en Veiligheid gemeenten (NPLV) een opiniestuk met de kop “Laat arme wijken niet langer afvoerputje zijn”. Het werd landelijk voorpaginanieuws in het AD. De boodschap: de komst van kwetsbare mensen naar achterstandswijken moet worden afgeremd. Want nu is het voortzetten van het huidige vestigingsbeleid ‘dweilen met de kraan open’. Dus werklozen en asielzoekers moeten bij voorkeur in betere buurten worden ondergebracht. Een aantal programmadirecteuren bepleitte voorrang aan ‘huishoudens die werken’, zoals de Wet Bijzondere Maatregelen Grootstedelijke Problematiek mogelijk maakt (veelal ‘de Rotterdamwet’ genoemd). Dan krijgen mensen met banen voorrang in de woningtoewijzing.

Het voorpaginanieuws en de televisieoptredens van enkele programmadirecteuren kregen weerwerk in een opiniestuk van tien wetenschappers met als titel “Bewoners kwetsbare wijken moeten zelf kunnen bepalen wat goed is voor hun buurt”. De wetenschappers geven een andere kijk door te pleiten voor het bijbouwen van sociale huurwoningen in middenklasse- en rijkere wijken. Door deze vorm van spreiding kan de stapeling van problemen in kwetsbare wijken veel verder worden afgeremd.

De dagelijkse ‘wijkpraktijk’

De drie wijken waar Carmen programmadirecteur is, doen mee met het NPLV. Maar fijn en veilig wonen is slechts één van de doelen. Er is in deze wijken door de gemeente en haar samenwerkingspartners namelijk een opgave gesteld. Die opgave is vooral om vanuit vertrouwen samen op te trekken en naar elkaar om te kijken. Met en door inwoners en allerlei verschillende partners uit de alliantie voor wijkontwikkeling. Deze alliantie telt honderden partners, zoals bewonersverenigingen, ondernemersverenigingen, welzijnsorganisatie, vijf corporaties, politie, meerdere onderdelen van de gemeente, zorg- en hulpverleningsorganisaties. De eigen regie van bewoners staat centraal in het gebiedsplan, die een visie geeft voor de komende 20 jaar. De rol van de gemeente verandert, vooral in hoe de gemeente omgaat met bewonersinitiatieven. Daarnaast kent elke wijk zijn eigen bijzonderheden en dit vraagt om maatwerk.

Al met al zitten er vele lagen en dynamieken in het werken in en aan de wijken. De ‘hoog-over’ visies van zowel de NPLV-directeuren als de wetenschappers doen daar maar ten dele recht aan.

Wat is een kwetsbare wijk?

We hebben beiden moeite met de term ‘kwetsbare wijk’. Want wat is dat? Is dit een arme wijk, of is dit een aandachtswijk, of is dit een wijk met kwetsbare mensen? Of is het een wijk met uitdagingen omdat daar bewoners wonen die in kwetsbare omstandigheden zitten? Of is een kwetsbare wijk dit allemaal? Vanuit ‘Ontwerpend samenwerken’ gaan we niet op zoek naar het beste antwoord. We gaan op zoek naar een actie die direct betrokkenen beter informeert over ‘wat er is’ en wat mogelijk is. De benadering van ‘social design’2 geeft hiervoor concrete aanwijzingen. Je ontwerpt dan uiterst verrassende, onorthodoxe ‘maatregelen’, maar pas nadat je met betrokkenen heel zorgvuldig een totaal ander perspectief hebt ontwikkeld. En dat begint bij onbevangen onderzoekend in contact treden met alles en iedereen ‘in het veld’.

Carmen is door kennismakende oefeningen met social design aan het denken gezet over het vormgeven van een social design traject in een van de wijken. Met name één van de focusbuurten heeft haar nieuwsgierigheid gewekt. Hoe leven de tientallen verschillende nationaliteiten in deze buurt eigenlijk met elkaar samen?  Carmen: “Daar weten we weinig over, maar ondertussen bedenken we wel van alles voor en in zo’n buurt. Best raar eigenlijk. Ik zou dat met social design willen onderzoeken en zichtbaar willen maken. Dan komen wijkverbinders en andere wijkwerkers op heel andere manier in contact met inwoners. Leer je de buurtthema’s kennen. De logische volgende stap is dat je samen met inwoners hele andere beelden en initiatieven in en voor deze buurt uitwerkt.” Geeft Carmen de wetenschappers dan gelijk, dat de bewoners het vooral zelf moeten bepalen? “Nee, niet echt, het is een samenwerking en wat we gaan ontwerpen is vooraf niet bekend. In feite bepaalt niemand waar we op uit komen.”

Welke data geloven we?

De NPLV-directeuren en de wetenschappers roepen niet zomaar wat. Daar zitten analyses achter, gebaseerd op data. Maar welke data zijn dat eigenlijk? En wat zeggen die data dan over concrete wijkpraktijken?3

Carmen heeft beschikbare (kwantitatieve) wijkdata op internet eens kritisch tegen het licht gehouden. Ze vond het opvallend dat bepaalde data wel degelijk voorhanden zijn, maar bij alliantiepartners niet worden gebruikt door de professionals. Hierdoor missen zij interessant materiaal om hun werk te richten en gaan ze teveel uit van wat zij zelf zien en vinden. Wat ook opvalt, is dat er weinig bekend is over wat de bewoners en professionals belangrijk vinden in de bovengenoemde focusbuurt. Het ‘empathische onderzoek’ dat bij een social design traject hoort kan hierbij helpen. Het lijkt Carmen daarom een goed idee dat in deze stap de verhalen in en over deze buurt centraal staan. En dan ook de cijfers en de verhalen eens naast elkaar te leggen.

Wat kenmerkt de meerpartij-samenwerking?

De aanname in de visies van de NPLV-directeuren en de wetenschappers lijkt te zijn: hoe goed je ook samenwerkt, het gaat niet helpen. Maar evident is, dat zonder meerpartij-samenwerking ondenkbaar is dat er iets verandert. ‘Ontwerpend samenwerken’ is ook een zaak van de samenwerking (anders) vormgeven. Hier kan een netwerkbenadering hulp bieden.4Wat dan specifiek de vraag is, is hoe een effectief ‘opgavenetwerk’ georganiseerd kan worden. Dat is een netwerkorganisatie die vorm krijgt op geleide van de opgave waar partijen verder mee willen komen. Dat bijvoorbeeld nieuwe verbindingen legt tussen al bestaande ‘overlegtafels’ en praktijken van samenwerking en de gezamenlijke opgave.

Carmen is al een jaar actief bezig om een gebiedsopgave-netwerk in Delft-West te vormen, met sleutelpartners in de wijkontwikkeling zoals politie, corporaties, welzijnsorganisatie, gemeente (o.a. fysiek, sociaal, veiligheid) en aangevuld met de stem van de bewoners en ondernemers. Enkele opbrengsten zijn onder andere een ontmoetingsruimte in het winkelcentrum voor alle partners in de alliantie, wijkoverleg in bewonerscafé’s en regelmatig alliantie-overleg op wijkniveau. Het ligt voor de hand en lijkt goed mogelijk om met spelers uit dit opgave-netwerk het idee van een social design traject op te pakken. Carmen: “Een deelgroep in dit netwerk kan samen vormgeven aan het social design traject in de focusbuurt. Dat geeft een reframing van de buurtsituatie, en hopelijk betrokkenheid en energie voor benodigde acties. En zo kunnen we in het bredere netwerk ook samen nieuwe betekenis geven aan de opgave.” Het zich vormende opgave-netwerk biedt dus een ondergrond voor een frisse buurtaanpak, en tegelijkertijd kan het netwerk daar ook sterker en effectiever van worden.

Patronen doorbreken

Als je doet wat je eerder deed, krijg je wat je eerder kreeg. Onbewuste patronen in denken en doen kunnen belemmeren dat er iets anders gebeurt dan eerder al is geprobeerd. Een voorbeeld van zo’n patroon is om te blijven praten hoe alles met alles samenhangt, en weinig te ondernemen. Een ander voorbeeld is om beleid sturend te maken zonder te kijken naar wat de situatie in de wijk of buurt vraagt en wat mogelijk is. Dat zijn taaie gewoontes die belemmeren dat je met elkaar tot handelen komt. Terwijl een complex vraagstuk nu juist vraagt dat je samen iets (anders) gaat doen.

Carmen verwacht dat ze hier zeker wat mee moet. “Zo’n open eind van een social design traject in een buurt, is iets anders dan partners in de alliantie gewend zijn. Hoe kun je dat verantwoorden?” Wat past bij ‘Ontwerpend samenwerken’ is om  reflectietools te gebruiken die zo’n grote vraag kleiner helpen maken.5Bijvoorbeeld door te kijken naar wat nu precies meer en minder onzeker is en waar dan meer en minder oversteenstemming over is. Zo wordt duidelijker welke onzekerheden vooral spelen en wat eraan te doen valt. De grote verantwoordingsvraag wordt teruggebracht tot enkele meer overzichtelijke uitdagingen die stap voor stap opgepakt kunnen worden.

En de beleidspolemiek dan?

Hoe valt de herkaderende stap-voor-stapaanpak die Carmen voor ogen staat te verenigen met wat de NPLV-programmadirecteuren en wat de wetenschappers zeggen? En andersom, hoe zouden de beleidsvisies positief bij kunnen bijdragen aan haar wijkaanpak? Het voert in deze blog te ver om daar antwoord op te geven.

Wel lijkt het ons zinvol om de beleidsvisies en deze concrete wijkpraktijk eens met elkaar in contact te brengen. Als stapje in de beleidsontwikkeling waar de eigen regie en behoeften van bewoners ook een rol spelen naast zaken vanuit het stedelijk, regionaal en landelijk perspectief. Uiteindelijk is iedereen gebaat bij een goede afweging van meerdere perspectieven in een stad!


Heb jij ook te maken met complexe multipartij-vraagstukken en wil je je verder bekwamen in meer ontwerpend samenwerken? Dan is ons programma ‘Ontwerpend Samenwerken, met meer partijen werken aan complexe vraagstukken’ misschien ook iets voor jou.


  1. https://nos.nl/artikel/2514635-zorgen-over-toekomst-van-probleemwijken-onorthodoxe-maatregelen-nodig.
    https://www.ad.nl/opinie/stop-de-stapeling-van-problemen-in-achterstandswijken~ad9dcff2/
    https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-bewoners-van-de-kwetsbaarste-wijken-hebben-niets-aan-kunstmatige-sociale-menging~be68df09/
    https://www.socialevraagstukken.nl/kwetsbare-wijken-hebben-niets-aan-kunstmatige-sociale-menging/ ↩︎
  2. Docent André Schaminée volgt hier de ‘reframing’ benadering van Kees Dorst. Marguerithe de Man schreef eerder een korte samenvatting: https://sioo.nl/actueel/blog/frame-creation-voor-complexe-vraagstukken-in-9-stappen/ ↩︎
  3. Voor dit soort data-vragen krijgen de deelnemers aan ‘Ontwerpend samenwerken’ van docenten Lotte Hart en Bram Hendriks de nodige suggesties aangereikt.  ↩︎
  4. Docent Manon de Caluwé schreef hierover met college Edwin Kaats het onlangs bekroonde boek ‘Samenwerken aan maatschappelijke opgaven, plaatsmaken voor gedeelde verantwoordelijkheid’ (Boom, 2023) ↩︎
  5. Om patronen te doorbreken introduceert docent Mariël van der Linden in de opleiding ‘Ontwerpend Samenwerken’ de complexiteitsbenadering en reflectietechnieken van Glenda Eoyang. ↩︎

Carmen Sjardijn en Lieke Sluis-Hoogerwerf

Kwetsbare wijken. Recent buitelden deskundigen in de media over elkaar heen, om te vertellen wat daar moet gebeuren.1 Maar wat als ze allemaal een beetje gelijk en dus ook ongelijk hebben? Wat heeft de overheid dan te doen? En wat hebben samenwerkende partijen dan te doen? Het zijn vragen die typisch horen bij een complex vraagstuk, waar zoveel kanten aan zitten, en dat zo dynamisch is, dat er kop noch staart aan lijkt te zitten.

Met de nadruk op lijkt. Want het aardige van een complex vraagstuk is dat er wel degelijk oplossingsruimte is te vinden. Die komt tevoorschijn als je beweging kunt brengen in dominante denkgewoontes, in de gevormde (samen)werkpraktijken en in diepgewortelde gedragspatronen. Die beweging kun je veroorzaken door heel bewust en stap voor stap te ontwerpen wat je met elkaar gaat ondernemen. Kleine stapjes, die net even anders zijn, kunnen al groot verschil maken. 

Deze ontwerpende aanpak staat centraal in de Sioo-opleiding “Ontwerpend Samenwerken, met meer partijen werken aan complexe vraagstukken”. Deelnemer Carmen Sjardijn is als programmadirecteur verantwoordelijk voor de wijkaanpak in drie ‘kwetsbare wijken’. Zij rondt het opleidingstraject eind mei af. Met leerbegeleider Lieke Sluis-Hoogerwerf raakte ze in gesprek over een actuele landelijke discussie. Hoe verhoudt zich dat tot hoe zij het zelf aanpakt? In deze blog zetten ze het naast elkaar.

Landelijke discussie wijkaanpak

Eind maart schreef een aantal programmadirecteuren van het Nationale Programma Leefbaarheid en Veiligheid gemeenten (NPLV) een opiniestuk met de kop “Laat arme wijken niet langer afvoerputje zijn”. Het werd landelijk voorpaginanieuws in het AD. De boodschap: de komst van kwetsbare mensen naar achterstandswijken moet worden afgeremd. Want nu is het voortzetten van het huidige vestigingsbeleid ‘dweilen met de kraan open’. Dus werklozen en asielzoekers moeten bij voorkeur in betere buurten worden ondergebracht. Een aantal programmadirecteuren bepleitte voorrang aan ‘huishoudens die werken’, zoals de Wet Bijzondere Maatregelen Grootstedelijke Problematiek mogelijk maakt (veelal ‘de Rotterdamwet’ genoemd). Dan krijgen mensen met banen voorrang in de woningtoewijzing.

Het voorpaginanieuws en de televisieoptredens van enkele programmadirecteuren kregen weerwerk in een opiniestuk van tien wetenschappers met als titel “Bewoners kwetsbare wijken moeten zelf kunnen bepalen wat goed is voor hun buurt”. De wetenschappers geven een andere kijk door te pleiten voor het bijbouwen van sociale huurwoningen in middenklasse- en rijkere wijken. Door deze vorm van spreiding kan de stapeling van problemen in kwetsbare wijken veel verder worden afgeremd.

De dagelijkse ‘wijkpraktijk’

De drie wijken waar Carmen programmadirecteur is, doen mee met het NPLV. Maar fijn en veilig wonen is slechts één van de doelen. Er is in deze wijken door de gemeente en haar samenwerkingspartners namelijk een opgave gesteld. Die opgave is vooral om vanuit vertrouwen samen op te trekken en naar elkaar om te kijken. Met en door inwoners en allerlei verschillende partners uit de alliantie voor wijkontwikkeling. Deze alliantie telt honderden partners, zoals bewonersverenigingen, ondernemersverenigingen, welzijnsorganisatie, vijf corporaties, politie, meerdere onderdelen van de gemeente, zorg- en hulpverleningsorganisaties. De eigen regie van bewoners staat centraal in het gebiedsplan, die een visie geeft voor de komende 20 jaar. De rol van de gemeente verandert, vooral in hoe de gemeente omgaat met bewonersinitiatieven. Daarnaast kent elke wijk zijn eigen bijzonderheden en dit vraagt om maatwerk.

Al met al zitten er vele lagen en dynamieken in het werken in en aan de wijken. De ‘hoog-over’ visies van zowel de NPLV-directeuren als de wetenschappers doen daar maar ten dele recht aan.

Wat is een kwetsbare wijk?

We hebben beiden moeite met de term ‘kwetsbare wijk’. Want wat is dat? Is dit een arme wijk, of is dit een aandachtswijk, of is dit een wijk met kwetsbare mensen? Of is het een wijk met uitdagingen omdat daar bewoners wonen die in kwetsbare omstandigheden zitten? Of is een kwetsbare wijk dit allemaal? Vanuit ‘Ontwerpend samenwerken’ gaan we niet op zoek naar het beste antwoord. We gaan op zoek naar een actie die direct betrokkenen beter informeert over ‘wat er is’ en wat mogelijk is. De benadering van ‘social design’2 geeft hiervoor concrete aanwijzingen. Je ontwerpt dan uiterst verrassende, onorthodoxe ‘maatregelen’, maar pas nadat je met betrokkenen heel zorgvuldig een totaal ander perspectief hebt ontwikkeld. En dat begint bij onbevangen onderzoekend in contact treden met alles en iedereen ‘in het veld’.

Carmen is door kennismakende oefeningen met social design aan het denken gezet over het vormgeven van een social design traject in een van de wijken. Met name één van de focusbuurten heeft haar nieuwsgierigheid gewekt. Hoe leven de tientallen verschillende nationaliteiten in deze buurt eigenlijk met elkaar samen?  Carmen: “Daar weten we weinig over, maar ondertussen bedenken we wel van alles voor en in zo’n buurt. Best raar eigenlijk. Ik zou dat met social design willen onderzoeken en zichtbaar willen maken. Dan komen wijkverbinders en andere wijkwerkers op heel andere manier in contact met inwoners. Leer je de buurtthema’s kennen. De logische volgende stap is dat je samen met inwoners hele andere beelden en initiatieven in en voor deze buurt uitwerkt.” Geeft Carmen de wetenschappers dan gelijk, dat de bewoners het vooral zelf moeten bepalen? “Nee, niet echt, het is een samenwerking en wat we gaan ontwerpen is vooraf niet bekend. In feite bepaalt niemand waar we op uit komen.”

Welke data geloven we?

De NPLV-directeuren en de wetenschappers roepen niet zomaar wat. Daar zitten analyses achter, gebaseerd op data. Maar welke data zijn dat eigenlijk? En wat zeggen die data dan over concrete wijkpraktijken?3

Carmen heeft beschikbare (kwantitatieve) wijkdata op internet eens kritisch tegen het licht gehouden. Ze vond het opvallend dat bepaalde data wel degelijk voorhanden zijn, maar bij alliantiepartners niet worden gebruikt door de professionals. Hierdoor missen zij interessant materiaal om hun werk te richten en gaan ze teveel uit van wat zij zelf zien en vinden. Wat ook opvalt, is dat er weinig bekend is over wat de bewoners en professionals belangrijk vinden in de bovengenoemde focusbuurt. Het ‘empathische onderzoek’ dat bij een social design traject hoort kan hierbij helpen. Het lijkt Carmen daarom een goed idee dat in deze stap de verhalen in en over deze buurt centraal staan. En dan ook de cijfers en de verhalen eens naast elkaar te leggen.

Wat kenmerkt de meerpartij-samenwerking?

De aanname in de visies van de NPLV-directeuren en de wetenschappers lijkt te zijn: hoe goed je ook samenwerkt, het gaat niet helpen. Maar evident is, dat zonder meerpartij-samenwerking ondenkbaar is dat er iets verandert. ‘Ontwerpend samenwerken’ is ook een zaak van de samenwerking (anders) vormgeven. Hier kan een netwerkbenadering hulp bieden.4Wat dan specifiek de vraag is, is hoe een effectief ‘opgavenetwerk’ georganiseerd kan worden. Dat is een netwerkorganisatie die vorm krijgt op geleide van de opgave waar partijen verder mee willen komen. Dat bijvoorbeeld nieuwe verbindingen legt tussen al bestaande ‘overlegtafels’ en praktijken van samenwerking en de gezamenlijke opgave.

Carmen is al een jaar actief bezig om een gebiedsopgave-netwerk in Delft-West te vormen, met sleutelpartners in de wijkontwikkeling zoals politie, corporaties, welzijnsorganisatie, gemeente (o.a. fysiek, sociaal, veiligheid) en aangevuld met de stem van de bewoners en ondernemers. Enkele opbrengsten zijn onder andere een ontmoetingsruimte in het winkelcentrum voor alle partners in de alliantie, wijkoverleg in bewonerscafé’s en regelmatig alliantie-overleg op wijkniveau. Het ligt voor de hand en lijkt goed mogelijk om met spelers uit dit opgave-netwerk het idee van een social design traject op te pakken. Carmen: “Een deelgroep in dit netwerk kan samen vormgeven aan het social design traject in de focusbuurt. Dat geeft een reframing van de buurtsituatie, en hopelijk betrokkenheid en energie voor benodigde acties. En zo kunnen we in het bredere netwerk ook samen nieuwe betekenis geven aan de opgave.” Het zich vormende opgave-netwerk biedt dus een ondergrond voor een frisse buurtaanpak, en tegelijkertijd kan het netwerk daar ook sterker en effectiever van worden.

Patronen doorbreken

Als je doet wat je eerder deed, krijg je wat je eerder kreeg. Onbewuste patronen in denken en doen kunnen belemmeren dat er iets anders gebeurt dan eerder al is geprobeerd. Een voorbeeld van zo’n patroon is om te blijven praten hoe alles met alles samenhangt, en weinig te ondernemen. Een ander voorbeeld is om beleid sturend te maken zonder te kijken naar wat de situatie in de wijk of buurt vraagt en wat mogelijk is. Dat zijn taaie gewoontes die belemmeren dat je met elkaar tot handelen komt. Terwijl een complex vraagstuk nu juist vraagt dat je samen iets (anders) gaat doen.

Carmen verwacht dat ze hier zeker wat mee moet. “Zo’n open eind van een social design traject in een buurt, is iets anders dan partners in de alliantie gewend zijn. Hoe kun je dat verantwoorden?” Wat past bij ‘Ontwerpend samenwerken’ is om  reflectietools te gebruiken die zo’n grote vraag kleiner helpen maken.5Bijvoorbeeld door te kijken naar wat nu precies meer en minder onzeker is en waar dan meer en minder oversteenstemming over is. Zo wordt duidelijker welke onzekerheden vooral spelen en wat eraan te doen valt. De grote verantwoordingsvraag wordt teruggebracht tot enkele meer overzichtelijke uitdagingen die stap voor stap opgepakt kunnen worden.

En de beleidspolemiek dan?

Hoe valt de herkaderende stap-voor-stapaanpak die Carmen voor ogen staat te verenigen met wat de NPLV-programmadirecteuren en wat de wetenschappers zeggen? En andersom, hoe zouden de beleidsvisies positief bij kunnen bijdragen aan haar wijkaanpak? Het voert in deze blog te ver om daar antwoord op te geven.

Wel lijkt het ons zinvol om de beleidsvisies en deze concrete wijkpraktijk eens met elkaar in contact te brengen. Als stapje in de beleidsontwikkeling waar de eigen regie en behoeften van bewoners ook een rol spelen naast zaken vanuit het stedelijk, regionaal en landelijk perspectief. Uiteindelijk is iedereen gebaat bij een goede afweging van meerdere perspectieven in een stad!


Heb jij ook te maken met complexe multipartij-vraagstukken en wil je je verder bekwamen in meer ontwerpend samenwerken? Dan is ons programma ‘Ontwerpend Samenwerken, met meer partijen werken aan complexe vraagstukken’ misschien ook iets voor jou.


  1. https://nos.nl/artikel/2514635-zorgen-over-toekomst-van-probleemwijken-onorthodoxe-maatregelen-nodig.
    https://www.ad.nl/opinie/stop-de-stapeling-van-problemen-in-achterstandswijken~ad9dcff2/
    https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-bewoners-van-de-kwetsbaarste-wijken-hebben-niets-aan-kunstmatige-sociale-menging~be68df09/
    https://www.socialevraagstukken.nl/kwetsbare-wijken-hebben-niets-aan-kunstmatige-sociale-menging/ ↩︎
  2. Docent André Schaminée volgt hier de ‘reframing’ benadering van Kees Dorst. Marguerithe de Man schreef eerder een korte samenvatting: https://sioo.nl/actueel/blog/frame-creation-voor-complexe-vraagstukken-in-9-stappen/ ↩︎
  3. Voor dit soort data-vragen krijgen de deelnemers aan ‘Ontwerpend samenwerken’ van docenten Lotte Hart en Bram Hendriks de nodige suggesties aangereikt.  ↩︎
  4. Docent Manon de Caluwé schreef hierover met college Edwin Kaats het onlangs bekroonde boek ‘Samenwerken aan maatschappelijke opgaven, plaatsmaken voor gedeelde verantwoordelijkheid’ (Boom, 2023) ↩︎
  5. Om patronen te doorbreken introduceert docent Mariël van der Linden in de opleiding ‘Ontwerpend Samenwerken’ de complexiteitsbenadering en reflectietechnieken van Glenda Eoyang. ↩︎