Vrijdagochtend 18 november. Daar zijn we dan. Bij de masterclass van Roel in ’t Veld. Voor mij een bekende naam. Roel was namelijk rector van Sioo van 1994 tot 2004. Ik kwam weliswaar pas in 2017 in dienst bij Sioo, dus 13 jaar later, maar toch heb ik in de afgelopen jaren zijn naam vaak horen noemen. Dan weer eens in een inleiding die programmamanager Heleen Tours gaf bij de opening van een masterclass, dan weer zomaar ineens in een verhaal van collega Peter Paul Kerpel over een bijzonder project dat Sioo ‘in de tijd van Roel’ had gedaan. Het zijn van die anekdotische verhalen over de historie van een organisatie die maken dat eenmaal wortelgeschoten DNA voortleeft, terwijl de bron ervan allang niet meer in de organisatie werkt.
Sioo-DNA
Voor mij was het de belangrijkste reden om de ochtend van 18 november echt vrij te houden voor het bijwonen van het betoog van onze oud-rector: een mooie gelegenheid om, in onze eigen Sioo-omgeving, rechtstreeks kennis te maken met de bron van stukjes Sioo-DNA. Gelukkig kwam er die ochtend van 18 november nog veel meer mee dan alleen dat “bron-DNA”, want Roel trakteerde ons op een helder verhaal over hoe we als burger het vertrouwen in de politiek zijn kwijtgeraakt. Hup, met de benen direct in het heden!
Roel opent de ochtend met een knipoog naar het publiek: fijn als we vragen stellen en dan graag met de microfoon. Maar als we iets ‘te’ vinden, of we het dan gewoon door zijn verhaal heen willen schreeuwen: “te langzaam, te uitgebreid, te weinig…” gewoon interrumperen. Ons publiek blijkt te beleefd, of te gretig: er komen geen te-opmerkingen. Wel vragen, vooral rond eigen casuïstiek en Roel neemt daar alle ruimte voor.
Roel bouwt precies met de juiste snelheid het betoog op; ‘Meervoudig en complex: samenwerken binnen een kennisdemocratie’. Intrigerende titel. Wat is een kennisdemocratie? En wat moet dat samenwerken erbij?
De transitie naar een ‘Kennisdemocratie’ kunnen we verklaren door te kijken naar de ontwikkelingen in de driehoek van relaties tussen politiek, media en wetenschap. Die drie disciplines maakten in de afgelopen decennia een vergelijkbare ontwikkeling: van representatieve democratie naar participatieve democratie, van top-down media naar bottom-up media en van monodisciplinaire wetenschap naar transdisciplinaire wetenschap. Tegelijkertijd is de interactie tussen de drie (politiek, media, wetenschap) steeds onontkoombaarder geworden. De vergelijkbaarheid in de richting waarin de dicsiplines zich ontwikkelen bestempelt Roel met het woord ‘emergent’. Ik interpreteer het als: alle drie de disciplines raken gevoed door de behoeften en de geluiden van burgers. Of spelen daar handig op in. En dat kun je als een positieve of minder positieve ontwikkeling zien.
Van representatieve democratie naar participatieve democratie
Eerst maar eens het begrip ‘representatieve democratie’. Die floreerde in de tweede helft van de vorige eeuw: politici hingen een ideologie aan, die redelijk vastomlijnd was en bestendig door de tijd heen, maakten vanuit die ideologie een partijprogramma, trokken vanuit dat partijprogramma kiezers aan en voerden dat programma uit, wanneer ze na verkiezingen daarvoor de macht kregen. De kiezers hadden er vertrouwen in dat politici handelden vanuit de door hen gekozen ideologie, lieten de vertaalslag daarvan naar beleid aan hen over. Een meerderheid van de burgers voelde zich gerepresenteerd door de politiek. Representatieve democratie werkte.
Nu zien we de opkomst van een andere redenering: politici bedenken hoe ze zo zoveel mogelijk stemmen kunnen verwerven en bepalen van daaruit hun programma, bewegen daarin mee met de teneur bij potentiële kiezers. De politicus als marketeer.
Hoe heeft deze ontwikkeling plaats gevonden?
Kiezers willen zich niet meer verbinden aan alle waarden van één ideologie. Zo weet ik zelf bijvoorbeeld nog dat mijn moeder verkiezing na verkiezing op dezelfde partij stemde. Niet uit gemakzucht, maar omdat de waarden van de partij bijna één op één overeenkwamen met die van haar. Politici binnen die partij kwamen en gingen, het maakte niet uit, want de waarden bleven voor haar gelijk. De individuele kiezer van nu vindt veel minder gemakkelijk een partij die zoveel overlap kent met de eigen politieke standpunten. Op het gebied van klimaat zoek je het misschien bij de Partij voor de Dieren, maar als het gaat om onderwijs dan eerder D66? In het stemhokje kun je echter niet op thema’s kiezen. Wat betekent dan het aankruisen van één politicus van één partij voor het vertrouwen dat je hebt in het beleid dat hij maakt voor al die uiteenlopende thema’s? Daarnaast is het verschil in opleidingsniveau tussen politici en burgers veel kleiner geworden. Het beeld van ‘de politicus weet wel wat het beste is voor het land’ is daarmee veel minder krachtig geworden. Voor politici is het dus lastig geworden om op inhoud stemmen te trekken en mandaat te krijgen. Om toch als representant te worden gezien zijn ze zich gaan ontwikkelen als marketeers met een fijne neus voor spanningen in de maatschappij, waar in partijprogramma’s voorzichtig mee omgegaan moet worden; de afschaffing van de hypotheekrente haalde het zodoende niet in het partijprogramma van de PvdA.
Van top-down media naar bottom-up media
In de media zien we een vergelijkbare ontwikkeling. Journalisten horen we wel eens zeggen dat ze onafhankelijk zijn, maar hun werkgevers worden gedreven door aantallen abonnees, kijkcijfers en zelfs shareholder value. Bovendien hebben de klassieke media niet meer het alleenrecht op communicatie met de burgers, maar is er door social media sprake van prosumers: alle burgers kunnen nieuws lezen én nieuws produceren. En dan ook nog zonder filter van journalistieke waarden.
Van (mono) disciplinaire wetenschap naar transdisciplinaire wetenschap
Dan de wetenschap. Ook hier zien we een opschuiven naar de consumenten toe, de gebruikers van de wetenschap. In de politiek dus de politici. Daar waar voorheen wetenschappers graag binnen hun eigen vakgebied onderzoek deden, zien ze nu meer dat ze de designers van (politiek) handelingsperspectief tegemoet moeten komen. Wetenschappers proberen de verbinding tussen hun vakgebied en andere te maken. Immers, de maatschappelijke problemen waar men mee worstelt vragen inzichten van meer vakgebieden. Het zou veel van het vertaalvermogen van politici vragen om zelf al die uiteenlopende en soms tegenstrijdige inzichten van verschillende wetenschappen te integreren. Mij schoot te binnen dat het mooi geweest was als er in het Outbreak Management Team, waarin advies werd gegeven vanuit het belang van kwetsbare ouderen, ook wetenschappers op het gebied van ouderenzorg in vertegenwoordigd waren.
Zo. Drie gebieden dus die een vergelijkbare ontwikkeling hebben doorgemaakt: politiek, media en wetenschap. Daarnaast zijn ook de verhoudingen tussen die drie gebieden in ontwikkeling. Media kunnen veel makkelijker ophef maken over personen dan over partijprogramma’s of ideologieën en hebben er dus een aandeel in dat onze aandacht voor dat laatste verwatert. Politici marginaliseren de invloed van de klassieke media op de politiek, omdat zij via social media tegenwoordig rechtstreeks met burgers communiceren. De wetenschap verwerft aanzien via de media en beïnvloedt via de media de politiek. En het is die cocktail die Roel het label van kennisdemocratie geeft.
Of eigenlijk geen ‘van-naar’-beweging maar het komt erbij
Volgens Roel leidt de ontwikkeling van de drie gebieden niet tot de teloorgang van representatieve democratie, klassieke media en monodisciplinaire wetenschap. Of in ieder geval houdt hij een pleidooi voor het goed verweven van de beide polen van ieder van de drie gebieden. De vertegenwoordigers van de drie gebieden moeten openstaan voor de mogelijkheden die respectievelijk de participatieve democratie, de bottom-up media en de transdisciplinaire wetenschap bieden. Burgerparticipatie, ingebed in een helder proces, is een goed medicijn tegen populisme. Dat heldere proces, goed uitgedacht, is belangrijk, anders kan het misgaan. Voor wat betreft de media kennen we denk ik allemaal de talloze voorbeelden. Een positief voorbeeld vind ik de filmpjes van burgers die het van social media schoppen naar de mainstream journaals. En ik herinner me een minder geslaagde poging van Nu.nl om burgercommentaren direct te koppelen aan nieuwsitems. Dat laatste ontaardde in zodanige baggercontent dat Nu.nl er al jaren geleden mee stopte. Met betrekking tot transdisciplinaire wetenschap zijn organen als het RIVM en het CPB op de goede weg, aldus Roel: ze weten hun onafhankelijkheid te bewaken én verbinden verschillende vakgebieden in hun adviezen. En Roel haalt ook het voorbeeld aan van een promovendus die de Haarlemmermeer-verzilting onderzocht. Pratende met ervaren boeren kwam hij tot het inzicht dat slootjes helpen tegen verzilting. En voilà, er was een geval van citizen science ontstaan, de vermenging van expert- met burgerervaring!
Roel pleit dus voor een zorgvuldige én-én-strategie. Als het om de politiek gaat ziet hij een proces voor zich waarbij politici het eerste woord hebben. Zij doen de framing van het probleem, stellen de randvoorwaarden voor oplossing (bijvoorbeeld budget), bepalen de spelregels voor participatie (bijvoorbeeld wie betrekken we). Daarna vindt het participatieproces plaats. En uiteindelijk volgt er een politieke toetsing op de randvoorwaarden en de spelregels.
Klinkt goed, deze én-én-invalshoek. En ik zie ook een duidelijke parallel met wat zich binnen organisaties afspeelt: steeds meer aandacht voor de stem vanuit het midden en de operatie, verpleegkundigen krijgen een plek in de board van ziekenhuizen, organisaties zoeken manieren voor participatieve beleidsvoering en participatieve verandermethodes zoals actieonderzoek zijn niet meer weg te denken. Soms moet het nog de juiste handen en voeten krijgen, maar de tendens is er ontegenzeglijk. Mij spreekt het enorm aan!
Bron-DNA
En het ‘bron-DNA’? Zag ik nog een relatie met het DNA van Sioo? Nou ja, jongens! Een meervoudige blik op een complexe werkelijkheid, verbonden met relevante theorieën én aan casuïstiek uit de praktijk van vandaag, met oog voor sociaal constructivistische en systeemdynamische aspecten… Echt hoor, het was er allemaal!
Ook meemaken? Opnieuw nodigen we een oud-rector van Sioo uit voor een masterclass. Op 17 maart geven we het woord aan prof. dr. Ard-Pieter de Man: ‘Strategie en structuur in de 21 eeuw’. Houd onze website in de gaten.
Vrijdagochtend 18 november. Daar zijn we dan. Bij de masterclass van Roel in ’t Veld. Voor mij een bekende naam. Roel was namelijk rector van Sioo van 1994 tot 2004. Ik kwam weliswaar pas in 2017 in dienst bij Sioo, dus 13 jaar later, maar toch heb ik in de afgelopen jaren zijn naam vaak horen noemen. Dan weer eens in een inleiding die programmamanager Heleen Tours gaf bij de opening van een masterclass, dan weer zomaar ineens in een verhaal van collega Peter Paul Kerpel over een bijzonder project dat Sioo ‘in de tijd van Roel’ had gedaan. Het zijn van die anekdotische verhalen over de historie van een organisatie die maken dat eenmaal wortelgeschoten DNA voortleeft, terwijl de bron ervan allang niet meer in de organisatie werkt.
Sioo-DNA
Voor mij was het de belangrijkste reden om de ochtend van 18 november echt vrij te houden voor het bijwonen van het betoog van onze oud-rector: een mooie gelegenheid om, in onze eigen Sioo-omgeving, rechtstreeks kennis te maken met de bron van stukjes Sioo-DNA. Gelukkig kwam er die ochtend van 18 november nog veel meer mee dan alleen dat “bron-DNA”, want Roel trakteerde ons op een helder verhaal over hoe we als burger het vertrouwen in de politiek zijn kwijtgeraakt. Hup, met de benen direct in het heden!
Roel opent de ochtend met een knipoog naar het publiek: fijn als we vragen stellen en dan graag met de microfoon. Maar als we iets ‘te’ vinden, of we het dan gewoon door zijn verhaal heen willen schreeuwen: “te langzaam, te uitgebreid, te weinig…” gewoon interrumperen. Ons publiek blijkt te beleefd, of te gretig: er komen geen te-opmerkingen. Wel vragen, vooral rond eigen casuïstiek en Roel neemt daar alle ruimte voor.
Roel bouwt precies met de juiste snelheid het betoog op; ‘Meervoudig en complex: samenwerken binnen een kennisdemocratie’. Intrigerende titel. Wat is een kennisdemocratie? En wat moet dat samenwerken erbij?
De transitie naar een ‘Kennisdemocratie’ kunnen we verklaren door te kijken naar de ontwikkelingen in de driehoek van relaties tussen politiek, media en wetenschap. Die drie disciplines maakten in de afgelopen decennia een vergelijkbare ontwikkeling: van representatieve democratie naar participatieve democratie, van top-down media naar bottom-up media en van monodisciplinaire wetenschap naar transdisciplinaire wetenschap. Tegelijkertijd is de interactie tussen de drie (politiek, media, wetenschap) steeds onontkoombaarder geworden. De vergelijkbaarheid in de richting waarin de dicsiplines zich ontwikkelen bestempelt Roel met het woord ‘emergent’. Ik interpreteer het als: alle drie de disciplines raken gevoed door de behoeften en de geluiden van burgers. Of spelen daar handig op in. En dat kun je als een positieve of minder positieve ontwikkeling zien.
Van representatieve democratie naar participatieve democratie
Eerst maar eens het begrip ‘representatieve democratie’. Die floreerde in de tweede helft van de vorige eeuw: politici hingen een ideologie aan, die redelijk vastomlijnd was en bestendig door de tijd heen, maakten vanuit die ideologie een partijprogramma, trokken vanuit dat partijprogramma kiezers aan en voerden dat programma uit, wanneer ze na verkiezingen daarvoor de macht kregen. De kiezers hadden er vertrouwen in dat politici handelden vanuit de door hen gekozen ideologie, lieten de vertaalslag daarvan naar beleid aan hen over. Een meerderheid van de burgers voelde zich gerepresenteerd door de politiek. Representatieve democratie werkte.
Nu zien we de opkomst van een andere redenering: politici bedenken hoe ze zo zoveel mogelijk stemmen kunnen verwerven en bepalen van daaruit hun programma, bewegen daarin mee met de teneur bij potentiële kiezers. De politicus als marketeer.
Hoe heeft deze ontwikkeling plaats gevonden?
Kiezers willen zich niet meer verbinden aan alle waarden van één ideologie. Zo weet ik zelf bijvoorbeeld nog dat mijn moeder verkiezing na verkiezing op dezelfde partij stemde. Niet uit gemakzucht, maar omdat de waarden van de partij bijna één op één overeenkwamen met die van haar. Politici binnen die partij kwamen en gingen, het maakte niet uit, want de waarden bleven voor haar gelijk. De individuele kiezer van nu vindt veel minder gemakkelijk een partij die zoveel overlap kent met de eigen politieke standpunten. Op het gebied van klimaat zoek je het misschien bij de Partij voor de Dieren, maar als het gaat om onderwijs dan eerder D66? In het stemhokje kun je echter niet op thema’s kiezen. Wat betekent dan het aankruisen van één politicus van één partij voor het vertrouwen dat je hebt in het beleid dat hij maakt voor al die uiteenlopende thema’s? Daarnaast is het verschil in opleidingsniveau tussen politici en burgers veel kleiner geworden. Het beeld van ‘de politicus weet wel wat het beste is voor het land’ is daarmee veel minder krachtig geworden. Voor politici is het dus lastig geworden om op inhoud stemmen te trekken en mandaat te krijgen. Om toch als representant te worden gezien zijn ze zich gaan ontwikkelen als marketeers met een fijne neus voor spanningen in de maatschappij, waar in partijprogramma’s voorzichtig mee omgegaan moet worden; de afschaffing van de hypotheekrente haalde het zodoende niet in het partijprogramma van de PvdA.
Van top-down media naar bottom-up media
In de media zien we een vergelijkbare ontwikkeling. Journalisten horen we wel eens zeggen dat ze onafhankelijk zijn, maar hun werkgevers worden gedreven door aantallen abonnees, kijkcijfers en zelfs shareholder value. Bovendien hebben de klassieke media niet meer het alleenrecht op communicatie met de burgers, maar is er door social media sprake van prosumers: alle burgers kunnen nieuws lezen én nieuws produceren. En dan ook nog zonder filter van journalistieke waarden.
Van (mono) disciplinaire wetenschap naar transdisciplinaire wetenschap
Dan de wetenschap. Ook hier zien we een opschuiven naar de consumenten toe, de gebruikers van de wetenschap. In de politiek dus de politici. Daar waar voorheen wetenschappers graag binnen hun eigen vakgebied onderzoek deden, zien ze nu meer dat ze de designers van (politiek) handelingsperspectief tegemoet moeten komen. Wetenschappers proberen de verbinding tussen hun vakgebied en andere te maken. Immers, de maatschappelijke problemen waar men mee worstelt vragen inzichten van meer vakgebieden. Het zou veel van het vertaalvermogen van politici vragen om zelf al die uiteenlopende en soms tegenstrijdige inzichten van verschillende wetenschappen te integreren. Mij schoot te binnen dat het mooi geweest was als er in het Outbreak Management Team, waarin advies werd gegeven vanuit het belang van kwetsbare ouderen, ook wetenschappers op het gebied van ouderenzorg in vertegenwoordigd waren.
Zo. Drie gebieden dus die een vergelijkbare ontwikkeling hebben doorgemaakt: politiek, media en wetenschap. Daarnaast zijn ook de verhoudingen tussen die drie gebieden in ontwikkeling. Media kunnen veel makkelijker ophef maken over personen dan over partijprogramma’s of ideologieën en hebben er dus een aandeel in dat onze aandacht voor dat laatste verwatert. Politici marginaliseren de invloed van de klassieke media op de politiek, omdat zij via social media tegenwoordig rechtstreeks met burgers communiceren. De wetenschap verwerft aanzien via de media en beïnvloedt via de media de politiek. En het is die cocktail die Roel het label van kennisdemocratie geeft.
Of eigenlijk geen ‘van-naar’-beweging maar het komt erbij
Volgens Roel leidt de ontwikkeling van de drie gebieden niet tot de teloorgang van representatieve democratie, klassieke media en monodisciplinaire wetenschap. Of in ieder geval houdt hij een pleidooi voor het goed verweven van de beide polen van ieder van de drie gebieden. De vertegenwoordigers van de drie gebieden moeten openstaan voor de mogelijkheden die respectievelijk de participatieve democratie, de bottom-up media en de transdisciplinaire wetenschap bieden. Burgerparticipatie, ingebed in een helder proces, is een goed medicijn tegen populisme. Dat heldere proces, goed uitgedacht, is belangrijk, anders kan het misgaan. Voor wat betreft de media kennen we denk ik allemaal de talloze voorbeelden. Een positief voorbeeld vind ik de filmpjes van burgers die het van social media schoppen naar de mainstream journaals. En ik herinner me een minder geslaagde poging van Nu.nl om burgercommentaren direct te koppelen aan nieuwsitems. Dat laatste ontaardde in zodanige baggercontent dat Nu.nl er al jaren geleden mee stopte. Met betrekking tot transdisciplinaire wetenschap zijn organen als het RIVM en het CPB op de goede weg, aldus Roel: ze weten hun onafhankelijkheid te bewaken én verbinden verschillende vakgebieden in hun adviezen. En Roel haalt ook het voorbeeld aan van een promovendus die de Haarlemmermeer-verzilting onderzocht. Pratende met ervaren boeren kwam hij tot het inzicht dat slootjes helpen tegen verzilting. En voilà, er was een geval van citizen science ontstaan, de vermenging van expert- met burgerervaring!
Roel pleit dus voor een zorgvuldige én-én-strategie. Als het om de politiek gaat ziet hij een proces voor zich waarbij politici het eerste woord hebben. Zij doen de framing van het probleem, stellen de randvoorwaarden voor oplossing (bijvoorbeeld budget), bepalen de spelregels voor participatie (bijvoorbeeld wie betrekken we). Daarna vindt het participatieproces plaats. En uiteindelijk volgt er een politieke toetsing op de randvoorwaarden en de spelregels.
Klinkt goed, deze én-én-invalshoek. En ik zie ook een duidelijke parallel met wat zich binnen organisaties afspeelt: steeds meer aandacht voor de stem vanuit het midden en de operatie, verpleegkundigen krijgen een plek in de board van ziekenhuizen, organisaties zoeken manieren voor participatieve beleidsvoering en participatieve verandermethodes zoals actieonderzoek zijn niet meer weg te denken. Soms moet het nog de juiste handen en voeten krijgen, maar de tendens is er ontegenzeglijk. Mij spreekt het enorm aan!
Bron-DNA
En het ‘bron-DNA’? Zag ik nog een relatie met het DNA van Sioo? Nou ja, jongens! Een meervoudige blik op een complexe werkelijkheid, verbonden met relevante theorieën én aan casuïstiek uit de praktijk van vandaag, met oog voor sociaal constructivistische en systeemdynamische aspecten… Echt hoor, het was er allemaal!