Please ensure Javascript is enabled for purposes of website accessibility

Blijf op de hoogte

Overzicht

Afdronk van het bezoek aan de Dutch Design Week

Blogpost 8 Dec 2025

DDW verschilt van plek tot plek. Zelfs op één locatie zoals het Klokgebouw in Eindhoven, het kloppend hart van de DDW, verschillen de zalen onderling van elkaar. Net als alle kassen en ruimtes rond het Ketelplein. Sectie C, het ambachtsdeel van de DDW, was weer geheel anders van aard.
Het Design Perron bood een mix van jonge ontwerpers en gevestigde bedrijven. En op de graduation show van de Design Academy trof je alleen afstudeerders in tal van disciplines. De oogst van de groepen weerspiegelt die verscheidenheid.

De dag begon met een introductie van Kees Dorst, die een aantal lenzen om te kijken meegaf, waarna de groep in subgroepen uitzwermde naar elf verschillende locaties van de DDW. Bij terugkomst  gingen de subgroepen aan de slag met betekenis geven aan wat ze gezien, gehoord en ervaren hadden. Dat gebeurde aan de hand van vier vragen, ontleend aan de patroonspotter van Glenda Eoyang:

  • Wat hebben we in het algemeen waargenomen?
  • Wat zagen we enerzijds/anderzijds?
  • Wat verraste ons?
  • Wat vragen we ons nu af?


Overweldigend, maatschappelijk engagement
Prikkels, prikkels, prikkels! noteerde een van de groepen. De alumni zagen ook veel bekende maatschappelijke thema’s denk aan, individualisering, eenzaamheid, AI, milieu, biodiversiteit, geopolitiek, democratie en gezondheid waar ontwerpers oplossingen voor bedenken. Men zag en ervaarde de drive van jonge mensen, die impact willen maken, iets willen veranderen in de samenleving. En die op zoek zijn naar, soms ook wel, de heilige graal voor maatschappelijke problemen. Met een enorme hoeveelheid creativiteit, optimisme en speelsheid en kleine acties voor het greater good.

Op basis van alle waarnemingen en gesprekken ontstond de aanname dat ontwerpers werken vanuit een positief wereldbeeld, met oog voor de vanzelfsprekendheden in de maatschappij en op basis van diepe kennis van hun opgave werken.

Plaats jezelf erin
Een observatie die op meerdere plekken terugkwam, was dat ontwerpers  opgaven persoonlijk weten te maken. Het individu is de unieke bron van het resultaat en van de weg ernaartoe.  Een andere groep formuleerde het als ‘kunst als persoonlijk proces’, een groot probleem klein en persoonlijk maken.

Of nog weer anders met een concreet, maar op de flap niet benoemd voorbeeld: Wat ons verrast is hoe een jonge, talentvolle ontwerpster haar onmacht en ervaren onrechtvaardigheid weet om te zetten naar betekenisvolle impact, zelfs maatschappelijk en hoe ze zo bij anderen bijdraagt aan bewustwording. En dat dat persoonlijk maken tot doorwrochtheid, diepgaandheid en zuiverheid van de ontwerpen leidt.  En dat heeft weer effect op de waarnemers. Omdat de ontwerpers hun waarnemingen en belevingen zichtbaar maken, verruimt dat onze blik. Dat creëert denkruimte. We kijken met een nieuwe bril. Een ander perspectief biedt ons een nieuw perspectief, dat werkt bevrijdend en geeft lucht en ademruimte.

Fundamenteel of toch niet?
Op de DDW zie je de breedte en de diepte van de ontwerpdiscipline. De deelnemers zagen productontwerpen waarbij ze lang niet altijd konden bevatten voor welk probleem het een oplossing was. Sterker nog, men zag dat er soms aan oppervlakkige problemen gewerkt werd. Waarom hergebruik van plastic doppen? Waarom niet iets fundamentelers, van reactief, naar proactief? Of zoals een andere groep het formuleerde: enerzijds zien we ontwerpen op actieniveau waarin de onderliggende waarden van waaruit ze gemaakt zijn zichtbaar zijn, anderzijds mooie dingen, die we ook niet altijd mooi vonden en tot weerstand bij ons leidden, iets wat we niet steeds onderzocht hebben. Dat laatste stond er dan wel weer eerlijk bij.

En is ook begrijpelijk gezien de overweldigende hoeveelheid. Je kunt niet diep in elke ontregeling duiken op zo’n dag. Als je oppervlakkig kijkt, zie je het niet, je moet echt even de tijd nemen om te ervaren wat er beoogd wordt, noteerde een andere groep. Hoe mooier, hoe minder bruikbaar, noteerde weer een andere groep. Men zag ook concrete oplossingen voor vraagstukken van nu. Op een van de groepen maakte bijvoorbeeld Breathing New Energy, een vest dat longcovidpatiënten helpt bij de ademhaling, veel indruk. Slim en toepasbaar. Dat is een ontwerp dat nu al waarde toevoegt aan de maatschappij. De kracht van de verbeelding werd herkend. Net als zichtbaar maken, tastbaar maken en komen tot de eenvoud; waar gaat het nu werkelijk om in de uitgangspunten? Waardoor er wel interventies op waardenniveau kunnen ontstaan.

Leren van ontwerpers
Ontwerpen gaat over low en high tech, ontdekten de deelnemers. En dat de gerealiseerde ontwerpen heel eenvoudig of juist heel ingewikkeld kunnen zijn. Het meenemen van het oude, het leren van de geschiedenis, blijkt juist een motor voor vernieuwing te zijn. Dat leidde tot de vraag: Hoe kunnen wij de geschiedenis en tijdlijn gebruiken om processen weer los te trekken.

Een groep realiseerde zich ook de vanzelfsprekendheid dat dingen doen wat we van ze verwachten, en hoe bijzonder dat eigenlijk is. Een andere groep vroeg zich af hoe het zat met de verantwoordelijkheid van de ontwerpers. Je zet iets in de markt op basis van jouw waarden, maar wat doet dat eigenlijk in de samenleving? Het proces van de ontwerpers werd zichtbaar. Ontwerpers bewandelen vele paden, die ook weer aan de kant geschoven worden. Ze experimenteren om de essentie/ervaring over te brengen. Men ervaarde dat je zware thema’s met design toegankelijk kunt maken. Een inzicht dat tot een reeks ‘Wat vraag ik me nu af?’ vragen leidde. Zoals: Wat kan ik doen om mensen iets te laten ervaren? Wat is een helpende context waarin mensen, die een fix zoeken, worden meegenomen om via ambiguïteit en ruimte een beleving te ervaren? Kan ik ook in mijn verander- en leeraanpak, via chaos bewustwording/ervaring creëren, mezelf als instrument inzetten om echt te raken, authenticiteit, losheid, lucht en humor inbrengen?  Wat en hoe ga ik hier zelf van gebruiken bijvoorbeeld om een dialoog mee te starten? En wat kan ik inzetten om verhalen te laten ontstaan en beweging te voeden.

Goede voornemens

Elke Sioo-bijeenkomst wordt afgerond met de vraag: ‘En wat ga je morgen doen? Wat is jouw concrete actie/experiment in je eigen werkpraktijk?’ Ook dat is opgehaald na het bezoek aan de DDW:

  • Nog een keer naar de DDW, zagen we veelvuldig langskomen
  • De Sociale zusters uitnodigen voor het Zorg voor Morgen festival.
  • Mezelf laten inspireren door jongeren.
  • Onmacht als inspiratiebron in mijn handelen en veranderaanpak benutten i.p.v. ervan weg te bewegen.
  • Meer met mijn handen gaan werken, niet alleen denken.
  • Vaker evenementen als de DDW bezoeken, juist als ik het druk heb.
  • Bewuster minder consumeren en spullen kopen.
  • Meer kunst gaan kijken en maken.
  • Zoeken naar én-én en verbinden groot willen en klein doen.
  • Humor, luchtigheid en optimisme omarmen.
  • Relativeren van maakbaarheid en in het hier en nu kijken wat de volgende stap is.
  • Zoeken naar interventies in plaats van oplossingen.
  • Mensen andere dingen gaan laten ervaren dan ze gewend zijn.
  • Op zoek naar de waarden onder mijn organisatie.
  • Mag er meer rust in, door een ritme te volgen.
  • Het gaat niet weg door ernaar te kijken, ga iets doen.

Een groep maakte zelfs een hele redenering zoals in de afbeelding te zien is:

DDW verschilt van plek tot plek. Zelfs op één locatie zoals het Klokgebouw in Eindhoven, het kloppend hart van de DDW, verschillen de zalen onderling van elkaar. Net als alle kassen en ruimtes rond het Ketelplein. Sectie C, het ambachtsdeel van de DDW, was weer geheel anders van aard.
Het Design Perron bood een mix van jonge ontwerpers en gevestigde bedrijven. En op de graduation show van de Design Academy trof je alleen afstudeerders in tal van disciplines. De oogst van de groepen weerspiegelt die verscheidenheid.

De dag begon met een introductie van Kees Dorst, die een aantal lenzen om te kijken meegaf, waarna de groep in subgroepen uitzwermde naar elf verschillende locaties van de DDW. Bij terugkomst  gingen de subgroepen aan de slag met betekenis geven aan wat ze gezien, gehoord en ervaren hadden. Dat gebeurde aan de hand van vier vragen, ontleend aan de patroonspotter van Glenda Eoyang:

  • Wat hebben we in het algemeen waargenomen?
  • Wat zagen we enerzijds/anderzijds?
  • Wat verraste ons?
  • Wat vragen we ons nu af?


Overweldigend, maatschappelijk engagement
Prikkels, prikkels, prikkels! noteerde een van de groepen. De alumni zagen ook veel bekende maatschappelijke thema’s denk aan, individualisering, eenzaamheid, AI, milieu, biodiversiteit, geopolitiek, democratie en gezondheid waar ontwerpers oplossingen voor bedenken. Men zag en ervaarde de drive van jonge mensen, die impact willen maken, iets willen veranderen in de samenleving. En die op zoek zijn naar, soms ook wel, de heilige graal voor maatschappelijke problemen. Met een enorme hoeveelheid creativiteit, optimisme en speelsheid en kleine acties voor het greater good.

Op basis van alle waarnemingen en gesprekken ontstond de aanname dat ontwerpers werken vanuit een positief wereldbeeld, met oog voor de vanzelfsprekendheden in de maatschappij en op basis van diepe kennis van hun opgave werken.

Plaats jezelf erin
Een observatie die op meerdere plekken terugkwam, was dat ontwerpers  opgaven persoonlijk weten te maken. Het individu is de unieke bron van het resultaat en van de weg ernaartoe.  Een andere groep formuleerde het als ‘kunst als persoonlijk proces’, een groot probleem klein en persoonlijk maken.

Of nog weer anders met een concreet, maar op de flap niet benoemd voorbeeld: Wat ons verrast is hoe een jonge, talentvolle ontwerpster haar onmacht en ervaren onrechtvaardigheid weet om te zetten naar betekenisvolle impact, zelfs maatschappelijk en hoe ze zo bij anderen bijdraagt aan bewustwording. En dat dat persoonlijk maken tot doorwrochtheid, diepgaandheid en zuiverheid van de ontwerpen leidt.  En dat heeft weer effect op de waarnemers. Omdat de ontwerpers hun waarnemingen en belevingen zichtbaar maken, verruimt dat onze blik. Dat creëert denkruimte. We kijken met een nieuwe bril. Een ander perspectief biedt ons een nieuw perspectief, dat werkt bevrijdend en geeft lucht en ademruimte.

Fundamenteel of toch niet?
Op de DDW zie je de breedte en de diepte van de ontwerpdiscipline. De deelnemers zagen productontwerpen waarbij ze lang niet altijd konden bevatten voor welk probleem het een oplossing was. Sterker nog, men zag dat er soms aan oppervlakkige problemen gewerkt werd. Waarom hergebruik van plastic doppen? Waarom niet iets fundamentelers, van reactief, naar proactief? Of zoals een andere groep het formuleerde: enerzijds zien we ontwerpen op actieniveau waarin de onderliggende waarden van waaruit ze gemaakt zijn zichtbaar zijn, anderzijds mooie dingen, die we ook niet altijd mooi vonden en tot weerstand bij ons leidden, iets wat we niet steeds onderzocht hebben. Dat laatste stond er dan wel weer eerlijk bij.

En is ook begrijpelijk gezien de overweldigende hoeveelheid. Je kunt niet diep in elke ontregeling duiken op zo’n dag. Als je oppervlakkig kijkt, zie je het niet, je moet echt even de tijd nemen om te ervaren wat er beoogd wordt, noteerde een andere groep. Hoe mooier, hoe minder bruikbaar, noteerde weer een andere groep. Men zag ook concrete oplossingen voor vraagstukken van nu. Op een van de groepen maakte bijvoorbeeld Breathing New Energy, een vest dat longcovidpatiënten helpt bij de ademhaling, veel indruk. Slim en toepasbaar. Dat is een ontwerp dat nu al waarde toevoegt aan de maatschappij. De kracht van de verbeelding werd herkend. Net als zichtbaar maken, tastbaar maken en komen tot de eenvoud; waar gaat het nu werkelijk om in de uitgangspunten? Waardoor er wel interventies op waardenniveau kunnen ontstaan.

Leren van ontwerpers
Ontwerpen gaat over low en high tech, ontdekten de deelnemers. En dat de gerealiseerde ontwerpen heel eenvoudig of juist heel ingewikkeld kunnen zijn. Het meenemen van het oude, het leren van de geschiedenis, blijkt juist een motor voor vernieuwing te zijn. Dat leidde tot de vraag: Hoe kunnen wij de geschiedenis en tijdlijn gebruiken om processen weer los te trekken.

Een groep realiseerde zich ook de vanzelfsprekendheid dat dingen doen wat we van ze verwachten, en hoe bijzonder dat eigenlijk is. Een andere groep vroeg zich af hoe het zat met de verantwoordelijkheid van de ontwerpers. Je zet iets in de markt op basis van jouw waarden, maar wat doet dat eigenlijk in de samenleving? Het proces van de ontwerpers werd zichtbaar. Ontwerpers bewandelen vele paden, die ook weer aan de kant geschoven worden. Ze experimenteren om de essentie/ervaring over te brengen. Men ervaarde dat je zware thema’s met design toegankelijk kunt maken. Een inzicht dat tot een reeks ‘Wat vraag ik me nu af?’ vragen leidde. Zoals: Wat kan ik doen om mensen iets te laten ervaren? Wat is een helpende context waarin mensen, die een fix zoeken, worden meegenomen om via ambiguïteit en ruimte een beleving te ervaren? Kan ik ook in mijn verander- en leeraanpak, via chaos bewustwording/ervaring creëren, mezelf als instrument inzetten om echt te raken, authenticiteit, losheid, lucht en humor inbrengen?  Wat en hoe ga ik hier zelf van gebruiken bijvoorbeeld om een dialoog mee te starten? En wat kan ik inzetten om verhalen te laten ontstaan en beweging te voeden.

Goede voornemens

Elke Sioo-bijeenkomst wordt afgerond met de vraag: ‘En wat ga je morgen doen? Wat is jouw concrete actie/experiment in je eigen werkpraktijk?’ Ook dat is opgehaald na het bezoek aan de DDW:

  • Nog een keer naar de DDW, zagen we veelvuldig langskomen
  • De Sociale zusters uitnodigen voor het Zorg voor Morgen festival.
  • Mezelf laten inspireren door jongeren.
  • Onmacht als inspiratiebron in mijn handelen en veranderaanpak benutten i.p.v. ervan weg te bewegen.
  • Meer met mijn handen gaan werken, niet alleen denken.
  • Vaker evenementen als de DDW bezoeken, juist als ik het druk heb.
  • Bewuster minder consumeren en spullen kopen.
  • Meer kunst gaan kijken en maken.
  • Zoeken naar én-én en verbinden groot willen en klein doen.
  • Humor, luchtigheid en optimisme omarmen.
  • Relativeren van maakbaarheid en in het hier en nu kijken wat de volgende stap is.
  • Zoeken naar interventies in plaats van oplossingen.
  • Mensen andere dingen gaan laten ervaren dan ze gewend zijn.
  • Op zoek naar de waarden onder mijn organisatie.
  • Mag er meer rust in, door een ritme te volgen.
  • Het gaat niet weg door ernaar te kijken, ga iets doen.

Een groep maakte zelfs een hele redenering zoals in de afbeelding te zien is: