Please ensure Javascript is enabled for purposes of website accessibility

Blijf op de hoogte

Overzicht

Verbindingswerk in complexe vraagstukken: ‘Maak het gefragmenteerde, subversieve, verzwegene en dynamische sexy’

Blogpost 4 Sep 2025

Het rijkgevulde boek “De logica van de lappendeken” van Hans Vermaak was voor ons, Lieke Hoogerwerf en Martine Maes, leerbegeleiders van het Sioo opleidingstraject “Ontwerpend samenwerken – met meer partijen werken aan complexe vraagstukken” aanleiding om de handreikingen uit dit boek te verkennen. Zijn visie “Groot denken, maar vooral klein beginnen en verbindingswerk doen. Want met kleine stapjes kun je patronen doorbreken en kom je samen in beweging. Zo ontstaan prachtige ‘lapjes’: lokale actiepraktijken die zich kunnen verbinden tot een lappendeken.”

Tijdens de Sioo Masterclass1 liet Vermaak een verbindingscyclus met drie soorten verbindingswerk als wenkend handelingsperspectief zien. Zijn oproep was uitdagend: “Maak het gefragmenteerde, subversieve, verzwegene en dynamische sexy”. Met de deelnemers aan Ontwerpend Samenwerken raakten we in gesprek over zijn oproep. De herkenning was groot. Het klein houden van stappen is bij het samenwerken aan complexe vraagstukken een hele kunst. Het ongemak “dat het niet genoeg is” is voortdurend voelbaar. Als programmamanager, opgavetrekker of netwerkregisseur, wordt immers van je verwacht dat je het vraagstuk en de meerpartij samenwerking grote stappen voorwaarts helpt maken. Maar ook: zodra je voorstelt om een ander soort stap te zetten, ontstaat er spanning. Omdat het niet past bij belangen, agenda’s of voorkeursaanpakken. Of dat het onvoldoende haalbaar of betekenisvol lijkt, of te veel (doorloop)tijd en inzet vraagt.

We schetsen eerst kort de verbindingscyclus die Vermaak aanreikt. We lopen de cyclus langs en vergelijken de activiteiten met datgene waar we tijdens Ontwerpend Samenwerken aan werken. Wat zijn overeenkomsten en wat zijn verschillen? Hoe kan dit gedachtegoed behulpzaam zijn voor Ontwerpend Samenwerken?

Een cyclus van verbindingswerk
“De logica van de lappendeken” gaat bij uitstek over maatschappelijke, complexe vraagstukken waar door meerdere partijen aan gewerkt wordt. Het vertrekpunt, dat je hieraan werkt vanuit je eigen lokale actiepraktijk, is door Vermaak heel bewust gekozen. Het verbindingswerk is dan het handelen dat de lege ruimte vult tussen het grote vraagstuk en je eigen lokale actiepraktijk. Hij noemt dat “territoriaal verbinden” (think global, act local, connect territorial).

Figuur 1.
Met een verbindingscyslus kom je tot een krachtig weefwerk voor taaie vraagstukken tussen lokale praktijk en breder vraagstuk. Het is een genetwerkte respons al doende en op menselijke maat.

Om tot doortastend verbindingswerk te komen introduceert Vermaak een verbindingscyclus met 6 fasen:

Fase 1 en 2: Casus oprekken & Territorium verkennen
Je zoekt het spanningsveld tussen je lokale actiepraktijk en het brede vraagstuk op. Deze constructieve spanning geeft de energie om je verbindingswerk te doen. Vervolgens verken je je territorium: welke actoren weten veel, wat speelt er, welke afwijkende of niet gehoorde stemmen zijn er?   

Fase 3 en 4: Verbindingsvariatie zoeken & Strategisch selecteren
Je verzint zoveel mogelijk vormen van verbindingswerk. Vermaak onderscheidt drie soorten: spreiden (professioneel verbinden), schakelen (institutioneel verbinden) en spitten (cultureel verbinden). De kunst is hieruit strategisch te selecteren voor de vormen met de hoogst mogelijke impact en minste risico. Hiervoor reikt het boek meerdere strategische tactieken aan.

Fase 5 en 6: Omgeving gidsen & Verbindingen weven
Je bedenkt en probeert uit hoe je anderen meeneemt in je aanpak, die immers nog geen gemeengoed is. Ook weef je verbindingen tussen concrete acties, mensen en praktijken.                                                                             

De verbindingscyclus typeert volgens Vermaak een ambachtelijke manier om doortastend verbindingswerk te doen, ondanks alle onzekerheid waarmee dat gepaard gaat. De activiteiten in de cyclus bouwen op elkaar voort. Maar het is niet bedoeld als een gebaand pad, eerder als een kompas2.

Ook bij “Ontwerpend samenwerken” nemen we de lokale actiepraktijk van de deelnemers als vertrekpunt. Je werkt aan een bepaald vraagstuk, je hebt stappen te maken, zoekt daarom naar verbindingsmogelijkheden in het veld van partijen en je gaat iets doen. Gedurende het traject ontdekken deelnemers steeds weer nieuwe ingrediënten voor hun lokale actiepraktijk, ondernemen kleine experimenten en verrijken en veranderen zo ook hun verbindingswerk.

Bijvoorbeeld: een programmamanager gebiedsontwikkeling bij een provincie krijgt te maken met talloze andere lapjes. Deze programmamaneger wil zijn of haar aanpak verrijken door met social design het vraagstuk te herkaderen en onvermoede oplossingen in beeld te krijgen. Hoe past dat bij de lokale actiepraktijken van anderen? Zoals die van de stuurgroep, een burgercollectief in een van de gemeenten, een beleidsexpert bij een ministerie, een (subsidie)fondsbeheerder of een ingeschakeld adviesbureau. Ook de actiepraktijken van interne collega’s zijn relevant, zoals andere programmamanagers, de communicatie-afdeling en juridische adviseurs. Kortom, heel veel lapjes, die elkaar soms al wel en soms nog niet raken.  

Territorium verkennen en Casus oprekken
Geïnspireerd door het beeld van een lapje naast allerlei andere lapjes, doemen de vragen op: Hoe zie je je eigen actiepraktijk? Hoe kun je je eigen lapje beschrijven, zichtbaar maken en oprekken?

Bij Ontwerpend Samenwerken besteden we ook veel aandacht aan hoe je naar je eigen context kijkt. We gebruiken we onder andere het complexiteitskundige begrip “container”. Wat is de container (datgene dat het systeem bij elkaar houdt) voor het beschouwen van je vraagstuk? Je kunt in- en uitzoomen op en verkennen wat het systeem bij elkaar houdt. Daarmee kun je weer verschillende interventies bedenken. Daarnaast oefenen we met empathisch onderzoek “in het veld” waarbij nieuwsgierig gezocht wordt naar thema’s en waarden die daar leven en die een probleem in een heel ander daglicht kunnen zetten. Ook werken we aan analyses van het krachtenveld en het opgavenetwerk. En, niet in de laatste plaats, oefenen we met patroondoorbrekende technieken, gebaseerd op inzichten uit de theorie over complexe adaptieve systemen. Hierdoor kunnen het territorium en de casus op een verrassend andere manier tevoorschijn komen.

In het boek van Vermaak zien we vergelijkbare redeneringen en methoden. Bovendien reikt hij in onze ogen nuttige suggesties aan. Vooral voor diegene die moeite heeft zich te verhouden tot de veelheid aan (f)actoren die een rol spelen. Zoals bijvoorbeeld: bedenk wat heeft voor jou trekkracht en betekenis? Wat zijn je eigen blinde vlekken en wat is het referentiekader dat je (onbewust) hanteert? Dicht bij jezelf blijven dus. Enorm belangrijk, juist als je stappen wilt gaan maken die spanning geven omdat ze “anders” zijn dan wat er tot nu toe gedaan is.

We zien ook een verschil. Er is wat weinig aandacht voor krachtige technieken waarmee in deze verkennende stappen toch ook al patronen doorbroken kunnen worden. Dat kan zeker nodig zijn: een lappendeken kan immers ook als een blusdeken werken en knap verstikkend zijn.

Verbindingsvariatie zoeken en strategisch selecteren
Met wat en wie kan je verbinding maken om verder te komen? Welke stappen moet je zetten als je bij andere spelers spanning wilt geven?  Vermaak daagt de verbindingswerker stevig uit door de strategische vraag te stellen: Welk soort verbindingswerk heb je vanuit de lokale actiepraktijk nodig? Spitten, schakelen of spreiden?   

In het leerwerktraject Ontwerpend Samenwerken kiezen we een wat andere benadering. We gebruiken een methodologie van social design, een interventieschema voor het organiseren van een opgavenetwerk en tot slot de werkwijzen van adaptieve actie uit de school van Human System Dynamics. Wat doet dat met de variatie en strategische selectie van het verbindingswerk?
Hier gaan we nader op in. Bij social design verdiep je je uitgebreid in onderliggende paradoxen en waarden, voordat je op zoek gaat naar een nieuw denkkader en een ontwerp van een oplossing. We herkennen daarin het spitwerk van Vermaak (betekenisgeving en machtsstructuren ter discussie stellen) en het schakelen met ongelijksoortige ecosystemen (empathisch onderzoek doen naar (un)usual suspects en daarmee verbinden). Bij het organiseren van een opgavenetwerk zien we dat de keuze van het verbindingswerk samenhangt met je interventiekeuze (zie onderstaande figuur). De keuze voor “actoren mobiliseren” zou dan vooral schakelwerk kunnen vragen. Het “creëren van een platform” vraagt waarschijnlijk juist meer spreidingswerk. Bij werkwijzen van adaptieve actie ligt het minder duidelijk. De bedoeling is een patroon in beweging te krijgen, dus hier zijn afhankelijk van de situatie alle verbindingsvarianten denkbaar.

Figuur 2: Domeinen van interveniëren (uit: De Caluwé en Kaats, Samenwerken aan maatschappelijke opgaven)

Deze reflectie leert ons dat het onderscheid in de soorten verbindingswerk kan helpen om bewuster stil te staan bij de keuzes die je impliciet maakt door een bepaalde aanpak toe te passen. Dit is belangrijk. Het is immers een strategische keuze voor je lokale actieprakijk. Vermaak voegt bovendien zijn fijnmazige aanwijzingen voor de strategische selectie van ideeën in de zoektocht naar passende interventies met potentieel een zo groot mogelijke impact toe.

Omgeving gidsen en Verbindingen weven
Werken aan een complex vraagstuk en aan meerpartij-samenwerking doe je niet in een vacuüm. Het is een terugkerend thema in gesprekken die deelnemers van Ontwerpend Samenwerken met ons, als leerbegeleiders, voeren. Hoe bijvoorbeeld een opdrachtgever al dan niet ruimte biedt voor een andere werkwijze. Hoe het al dan niet lukt om collega’s te inspireren met een andere aanpak. Dit deel van de verbindingscyclus wordt in het boek echter wat minder vergaand uitgewerkt.

We bleven wel met een belangrijke puzzel zitten: de omgeving meenemen vraagt een lange adem, terwijl het vraagstuk vaak niet kan wachten. De praktijk die we zelf ervaren, en die we zien bij deelnemers, is dat de omgeving erg weerbarstig en uitdagend kan zijn. Zij werken bijvoorbeeld in organisaties die veelal anders denken over complexiteit en die gewend zijn maakbaarheidsdenken en planningsdenken erop los te laten. Dan kom je uit bij de paradox: het verrijken van je lokale actiepraktijk en je verbindingswerk hebben tijd nodig, maar voor het vraagstuk duurt het dan te lang. Dan heb je als verbindingsregisseurs de vaardigheid nodig om een “holding space” te creëren.
Vermaak zegt: een wet, of een machtsinterventie van een belangrijke partij is ook maar één lapje in de lappendeken. Dat besef helpt wellicht om moed te houden. Maar de zittende macht kan ondertussen wel het eigen lapje voor een hele deken aanzien en de machtskaart spelen. Het vraagt tijd om dit soort dieperliggende machtsstructuren om te woelen.

Ontwikkel je ambacht
Verbindingswerk is het werk van velen, stelt Vermaak. We zien inderdaad voor ons hoe kwartiermakers, programmamanagers, netwerkregisseurs en opgavetrekkers bij verschillende samenwerkende partijen daar elk op hun eigen manier mee bezig zijn. We herkennen de spanning tussen je lokale actiepraktijk en de immense grootsheid van het vraagstuk. Een spanningsveld dat knap uitdagend kan zijn. De logica van de lappendeken, de opbouw van de verbindingscyclus, de nauwgezette en ook praktische uitwerking van de activiteiten, dat alles helpt om “de intuïtie te scholen” en het eigen handelingsrepertoire bewust uit te bouwen. Kortom, je ambacht te ontwikkelen.

Dat geldt wat ons betreft zeker voor deelnemers aan het leerwerktraject Ontwerpend Samenwerken. Zij verrijken hun lokale actiepraktijk immers met perspectieven en methoden die de macht der gewoonte doorbreken. Dan is het een fijn relativerend beeld: een rommelige lappendeken, met grote en kleine lapjes, van verschillende materialen en kleuren, de ene stevig en de andere hangt aan een zijden draadje. Hachelijk en uitdagend, voldoende stevigheid gevend, maar toch flexibel. Bovendien is het een bemoedigende en inspirerende boodschap, dat je in deze warboel tegelijkertijd ook heel gedegen en gevarieerd stikwerk aan de dag kunt leggen en daarmee echt positief verschil kan maken.

Conclusie
Kortom, we kunnen ons goed vinden in de oproep tijdens de masterclass om het gefragmenteerde, subversieve, verzwegene en dynamische meer sexy maken. Niet alles is netjes afgebakend of al bekend. Het is juist op zoek naar de spanning, naar wat nog niet op elkaar past, naar wat onder de oppervlakte is gebleven. Dat vraagt ook dat je je ambacht ontwikkelt in het opzoeken van de spanning, het verzwegene of ongemakkelijke.  Wie ervoor kiest om te experimenteren met een “spannender” aanpak, kan met hulp van dit boek veel preciezer reflecteren op keuzes in verbindingswerk en ook daarin nieuwe paden inslaan.

Wil je je hierin verdiepen? Dan is ons programma ‘Ontwerpend Samenwerken – met meer partijen werken aan complexe vraagstukken’ misschien iets voor jou.  Kijk dan voor meer informatie over de opleiding op www.sioo.nl/opleiding/ontwerpend-samenwerkend

 

  1. Marguerithe de Man schreef een blog over deze mastercass: https://sioo.nl/actueel/blog/verslag-sioo-masterclass-hans-vermaak-de-logica-van-de-lappendeken/ ↩︎
  2. Gertjan de Groot en Marloes van der Werf spreken in hun boekbespreking van een methodologie van de rommeligheid. In: ‘Veranderkundig oprekken van lokale vraagstukken’ https://hansvermaak.com/wp-content/uploads/MO-Recensie-Gertjan-de-Groot-en-Marloes-van-der-Werf.pdf ↩︎

Het rijkgevulde boek “De logica van de lappendeken” van Hans Vermaak was voor ons, Lieke Hoogerwerf en Martine Maes, leerbegeleiders van het Sioo opleidingstraject “Ontwerpend samenwerken – met meer partijen werken aan complexe vraagstukken” aanleiding om de handreikingen uit dit boek te verkennen. Zijn visie “Groot denken, maar vooral klein beginnen en verbindingswerk doen. Want met kleine stapjes kun je patronen doorbreken en kom je samen in beweging. Zo ontstaan prachtige ‘lapjes’: lokale actiepraktijken die zich kunnen verbinden tot een lappendeken.”

Tijdens de Sioo Masterclass1 liet Vermaak een verbindingscyclus met drie soorten verbindingswerk als wenkend handelingsperspectief zien. Zijn oproep was uitdagend: “Maak het gefragmenteerde, subversieve, verzwegene en dynamische sexy”. Met de deelnemers aan Ontwerpend Samenwerken raakten we in gesprek over zijn oproep. De herkenning was groot. Het klein houden van stappen is bij het samenwerken aan complexe vraagstukken een hele kunst. Het ongemak “dat het niet genoeg is” is voortdurend voelbaar. Als programmamanager, opgavetrekker of netwerkregisseur, wordt immers van je verwacht dat je het vraagstuk en de meerpartij samenwerking grote stappen voorwaarts helpt maken. Maar ook: zodra je voorstelt om een ander soort stap te zetten, ontstaat er spanning. Omdat het niet past bij belangen, agenda’s of voorkeursaanpakken. Of dat het onvoldoende haalbaar of betekenisvol lijkt, of te veel (doorloop)tijd en inzet vraagt.

We schetsen eerst kort de verbindingscyclus die Vermaak aanreikt. We lopen de cyclus langs en vergelijken de activiteiten met datgene waar we tijdens Ontwerpend Samenwerken aan werken. Wat zijn overeenkomsten en wat zijn verschillen? Hoe kan dit gedachtegoed behulpzaam zijn voor Ontwerpend Samenwerken?

Een cyclus van verbindingswerk
“De logica van de lappendeken” gaat bij uitstek over maatschappelijke, complexe vraagstukken waar door meerdere partijen aan gewerkt wordt. Het vertrekpunt, dat je hieraan werkt vanuit je eigen lokale actiepraktijk, is door Vermaak heel bewust gekozen. Het verbindingswerk is dan het handelen dat de lege ruimte vult tussen het grote vraagstuk en je eigen lokale actiepraktijk. Hij noemt dat “territoriaal verbinden” (think global, act local, connect territorial).

Figuur 1.
Met een verbindingscyslus kom je tot een krachtig weefwerk voor taaie vraagstukken tussen lokale praktijk en breder vraagstuk. Het is een genetwerkte respons al doende en op menselijke maat.

Om tot doortastend verbindingswerk te komen introduceert Vermaak een verbindingscyclus met 6 fasen:

Fase 1 en 2: Casus oprekken & Territorium verkennen
Je zoekt het spanningsveld tussen je lokale actiepraktijk en het brede vraagstuk op. Deze constructieve spanning geeft de energie om je verbindingswerk te doen. Vervolgens verken je je territorium: welke actoren weten veel, wat speelt er, welke afwijkende of niet gehoorde stemmen zijn er?   

Fase 3 en 4: Verbindingsvariatie zoeken & Strategisch selecteren
Je verzint zoveel mogelijk vormen van verbindingswerk. Vermaak onderscheidt drie soorten: spreiden (professioneel verbinden), schakelen (institutioneel verbinden) en spitten (cultureel verbinden). De kunst is hieruit strategisch te selecteren voor de vormen met de hoogst mogelijke impact en minste risico. Hiervoor reikt het boek meerdere strategische tactieken aan.

Fase 5 en 6: Omgeving gidsen & Verbindingen weven
Je bedenkt en probeert uit hoe je anderen meeneemt in je aanpak, die immers nog geen gemeengoed is. Ook weef je verbindingen tussen concrete acties, mensen en praktijken.                                                                             

De verbindingscyclus typeert volgens Vermaak een ambachtelijke manier om doortastend verbindingswerk te doen, ondanks alle onzekerheid waarmee dat gepaard gaat. De activiteiten in de cyclus bouwen op elkaar voort. Maar het is niet bedoeld als een gebaand pad, eerder als een kompas2.

Ook bij “Ontwerpend samenwerken” nemen we de lokale actiepraktijk van de deelnemers als vertrekpunt. Je werkt aan een bepaald vraagstuk, je hebt stappen te maken, zoekt daarom naar verbindingsmogelijkheden in het veld van partijen en je gaat iets doen. Gedurende het traject ontdekken deelnemers steeds weer nieuwe ingrediënten voor hun lokale actiepraktijk, ondernemen kleine experimenten en verrijken en veranderen zo ook hun verbindingswerk.

Bijvoorbeeld: een programmamanager gebiedsontwikkeling bij een provincie krijgt te maken met talloze andere lapjes. Deze programmamaneger wil zijn of haar aanpak verrijken door met social design het vraagstuk te herkaderen en onvermoede oplossingen in beeld te krijgen. Hoe past dat bij de lokale actiepraktijken van anderen? Zoals die van de stuurgroep, een burgercollectief in een van de gemeenten, een beleidsexpert bij een ministerie, een (subsidie)fondsbeheerder of een ingeschakeld adviesbureau. Ook de actiepraktijken van interne collega’s zijn relevant, zoals andere programmamanagers, de communicatie-afdeling en juridische adviseurs. Kortom, heel veel lapjes, die elkaar soms al wel en soms nog niet raken.  

Territorium verkennen en Casus oprekken
Geïnspireerd door het beeld van een lapje naast allerlei andere lapjes, doemen de vragen op: Hoe zie je je eigen actiepraktijk? Hoe kun je je eigen lapje beschrijven, zichtbaar maken en oprekken?

Bij Ontwerpend Samenwerken besteden we ook veel aandacht aan hoe je naar je eigen context kijkt. We gebruiken we onder andere het complexiteitskundige begrip “container”. Wat is de container (datgene dat het systeem bij elkaar houdt) voor het beschouwen van je vraagstuk? Je kunt in- en uitzoomen op en verkennen wat het systeem bij elkaar houdt. Daarmee kun je weer verschillende interventies bedenken. Daarnaast oefenen we met empathisch onderzoek “in het veld” waarbij nieuwsgierig gezocht wordt naar thema’s en waarden die daar leven en die een probleem in een heel ander daglicht kunnen zetten. Ook werken we aan analyses van het krachtenveld en het opgavenetwerk. En, niet in de laatste plaats, oefenen we met patroondoorbrekende technieken, gebaseerd op inzichten uit de theorie over complexe adaptieve systemen. Hierdoor kunnen het territorium en de casus op een verrassend andere manier tevoorschijn komen.

In het boek van Vermaak zien we vergelijkbare redeneringen en methoden. Bovendien reikt hij in onze ogen nuttige suggesties aan. Vooral voor diegene die moeite heeft zich te verhouden tot de veelheid aan (f)actoren die een rol spelen. Zoals bijvoorbeeld: bedenk wat heeft voor jou trekkracht en betekenis? Wat zijn je eigen blinde vlekken en wat is het referentiekader dat je (onbewust) hanteert? Dicht bij jezelf blijven dus. Enorm belangrijk, juist als je stappen wilt gaan maken die spanning geven omdat ze “anders” zijn dan wat er tot nu toe gedaan is.

We zien ook een verschil. Er is wat weinig aandacht voor krachtige technieken waarmee in deze verkennende stappen toch ook al patronen doorbroken kunnen worden. Dat kan zeker nodig zijn: een lappendeken kan immers ook als een blusdeken werken en knap verstikkend zijn.

Verbindingsvariatie zoeken en strategisch selecteren
Met wat en wie kan je verbinding maken om verder te komen? Welke stappen moet je zetten als je bij andere spelers spanning wilt geven?  Vermaak daagt de verbindingswerker stevig uit door de strategische vraag te stellen: Welk soort verbindingswerk heb je vanuit de lokale actiepraktijk nodig? Spitten, schakelen of spreiden?   

In het leerwerktraject Ontwerpend Samenwerken kiezen we een wat andere benadering. We gebruiken een methodologie van social design, een interventieschema voor het organiseren van een opgavenetwerk en tot slot de werkwijzen van adaptieve actie uit de school van Human System Dynamics. Wat doet dat met de variatie en strategische selectie van het verbindingswerk?
Hier gaan we nader op in. Bij social design verdiep je je uitgebreid in onderliggende paradoxen en waarden, voordat je op zoek gaat naar een nieuw denkkader en een ontwerp van een oplossing. We herkennen daarin het spitwerk van Vermaak (betekenisgeving en machtsstructuren ter discussie stellen) en het schakelen met ongelijksoortige ecosystemen (empathisch onderzoek doen naar (un)usual suspects en daarmee verbinden). Bij het organiseren van een opgavenetwerk zien we dat de keuze van het verbindingswerk samenhangt met je interventiekeuze (zie onderstaande figuur). De keuze voor “actoren mobiliseren” zou dan vooral schakelwerk kunnen vragen. Het “creëren van een platform” vraagt waarschijnlijk juist meer spreidingswerk. Bij werkwijzen van adaptieve actie ligt het minder duidelijk. De bedoeling is een patroon in beweging te krijgen, dus hier zijn afhankelijk van de situatie alle verbindingsvarianten denkbaar.

Figuur 2: Domeinen van interveniëren (uit: De Caluwé en Kaats, Samenwerken aan maatschappelijke opgaven)

Deze reflectie leert ons dat het onderscheid in de soorten verbindingswerk kan helpen om bewuster stil te staan bij de keuzes die je impliciet maakt door een bepaalde aanpak toe te passen. Dit is belangrijk. Het is immers een strategische keuze voor je lokale actieprakijk. Vermaak voegt bovendien zijn fijnmazige aanwijzingen voor de strategische selectie van ideeën in de zoektocht naar passende interventies met potentieel een zo groot mogelijke impact toe.

Omgeving gidsen en Verbindingen weven
Werken aan een complex vraagstuk en aan meerpartij-samenwerking doe je niet in een vacuüm. Het is een terugkerend thema in gesprekken die deelnemers van Ontwerpend Samenwerken met ons, als leerbegeleiders, voeren. Hoe bijvoorbeeld een opdrachtgever al dan niet ruimte biedt voor een andere werkwijze. Hoe het al dan niet lukt om collega’s te inspireren met een andere aanpak. Dit deel van de verbindingscyclus wordt in het boek echter wat minder vergaand uitgewerkt.

We bleven wel met een belangrijke puzzel zitten: de omgeving meenemen vraagt een lange adem, terwijl het vraagstuk vaak niet kan wachten. De praktijk die we zelf ervaren, en die we zien bij deelnemers, is dat de omgeving erg weerbarstig en uitdagend kan zijn. Zij werken bijvoorbeeld in organisaties die veelal anders denken over complexiteit en die gewend zijn maakbaarheidsdenken en planningsdenken erop los te laten. Dan kom je uit bij de paradox: het verrijken van je lokale actiepraktijk en je verbindingswerk hebben tijd nodig, maar voor het vraagstuk duurt het dan te lang. Dan heb je als verbindingsregisseurs de vaardigheid nodig om een “holding space” te creëren.
Vermaak zegt: een wet, of een machtsinterventie van een belangrijke partij is ook maar één lapje in de lappendeken. Dat besef helpt wellicht om moed te houden. Maar de zittende macht kan ondertussen wel het eigen lapje voor een hele deken aanzien en de machtskaart spelen. Het vraagt tijd om dit soort dieperliggende machtsstructuren om te woelen.

Ontwikkel je ambacht
Verbindingswerk is het werk van velen, stelt Vermaak. We zien inderdaad voor ons hoe kwartiermakers, programmamanagers, netwerkregisseurs en opgavetrekkers bij verschillende samenwerkende partijen daar elk op hun eigen manier mee bezig zijn. We herkennen de spanning tussen je lokale actiepraktijk en de immense grootsheid van het vraagstuk. Een spanningsveld dat knap uitdagend kan zijn. De logica van de lappendeken, de opbouw van de verbindingscyclus, de nauwgezette en ook praktische uitwerking van de activiteiten, dat alles helpt om “de intuïtie te scholen” en het eigen handelingsrepertoire bewust uit te bouwen. Kortom, je ambacht te ontwikkelen.

Dat geldt wat ons betreft zeker voor deelnemers aan het leerwerktraject Ontwerpend Samenwerken. Zij verrijken hun lokale actiepraktijk immers met perspectieven en methoden die de macht der gewoonte doorbreken. Dan is het een fijn relativerend beeld: een rommelige lappendeken, met grote en kleine lapjes, van verschillende materialen en kleuren, de ene stevig en de andere hangt aan een zijden draadje. Hachelijk en uitdagend, voldoende stevigheid gevend, maar toch flexibel. Bovendien is het een bemoedigende en inspirerende boodschap, dat je in deze warboel tegelijkertijd ook heel gedegen en gevarieerd stikwerk aan de dag kunt leggen en daarmee echt positief verschil kan maken.

Conclusie
Kortom, we kunnen ons goed vinden in de oproep tijdens de masterclass om het gefragmenteerde, subversieve, verzwegene en dynamische meer sexy maken. Niet alles is netjes afgebakend of al bekend. Het is juist op zoek naar de spanning, naar wat nog niet op elkaar past, naar wat onder de oppervlakte is gebleven. Dat vraagt ook dat je je ambacht ontwikkelt in het opzoeken van de spanning, het verzwegene of ongemakkelijke.  Wie ervoor kiest om te experimenteren met een “spannender” aanpak, kan met hulp van dit boek veel preciezer reflecteren op keuzes in verbindingswerk en ook daarin nieuwe paden inslaan.

Wil je je hierin verdiepen? Dan is ons programma ‘Ontwerpend Samenwerken – met meer partijen werken aan complexe vraagstukken’ misschien iets voor jou.  Kijk dan voor meer informatie over de opleiding op www.sioo.nl/opleiding/ontwerpend-samenwerkend

 

  1. Marguerithe de Man schreef een blog over deze mastercass: https://sioo.nl/actueel/blog/verslag-sioo-masterclass-hans-vermaak-de-logica-van-de-lappendeken/ ↩︎
  2. Gertjan de Groot en Marloes van der Werf spreken in hun boekbespreking van een methodologie van de rommeligheid. In: ‘Veranderkundig oprekken van lokale vraagstukken’ https://hansvermaak.com/wp-content/uploads/MO-Recensie-Gertjan-de-Groot-en-Marloes-van-der-Werf.pdf ↩︎